Recensie | De opkomst van de integrale stripedities

Joure

Naast de gewone stripboeken die er uitkomen, is er sinds enige jaren een nieuwe markt aangeboord: die van de “integralen”, anders gezegd bundelingen van stripverhalen uit één serie.

Hoewel het vrijwel altijd strips zijn, die hun oorsprong hebben in het verleden, blijkt er veel animo te zijn voor integrale stripedities, zeker bij oudere lezers, dan wel verzamelaars. Vrijwel altijd gaat een bundeling vergezeld van een dossier met daarin wetenswaardigheden over de maker(s), foto’s, schetsen, enz. Soms kennen de verhalen een nieuwe inkleuring. Naar het schijnt, zijn er zelfs mensen die hun losse delen niet meer inkijken of deze verkopen. Zij genieten van de genummerde banden, die als soldaten in het gelid hun boekenkast(en) nu sieren.

Deze recensie zal dan ook met name gaan over de integralen. Maar zoals gezegd, ook de verschijning van losse stripuitgaven blijft gestaag doorgaan. Zo is daar ‘Suske en Wiske’ deel 343 : ‘SOS Snowbell’. (Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26514 3). Op een dag meldt John van Stiefrijke, Sidonia’s neef uit Canada zich. Het toverboek van zijn vrouwtje Snowbell heeft hem volkomen in zijn macht, zodat hij veranderd is in een gans! Suske en Wiske vertrekken meteen naar Alaska waar een bloedstollend avontuur begint. Lezers, die eens deel 148 ‘De lachende wolf’ gelezen hebben moeten John en zijn indiaanse squaw nog wel kennen, een parel in de serie van het Vlaamse tweetal.

Tevens is er een nieuw deel van Alex uit in diens spin-off serie ‘De reizen van Alex’ : ‘De gladiatoren’. (Casterman. ISBN 978 90 303 7271 4). Hoewel de grondlegger van de serie ‘Alex’ al in 2010 is overleden, zijn het zijn “leerlingen”, deels nog vroegere medewerkers die de series levendig houden. Nu is het Marco Venanzi, die de wederwaardigheden rond de gladiatorenspelen, de ‘spektakelgevechten’ in heldere klare lijnillustraties weergeeft. De gevechten, die in de meeste antieke samenlevingen eeuwenlang werden georganiseerd. Door het personage Alex op vaak subtiele wijze een plaats te bieden in een tekening, krijgt de beschrijving iets “Alex-eigens”. Ook foto’s van Pompeï, het Colosseum en het amfitheater in Nîmes verlevendigen de tekst. Geen echt stripboek dus, maar een heerlijk geschiedenisboek vol prachtig beeldmateriaal dat stripliefhebbers zeker zal aanspreken.

De integrale stripedities  

Gaty, Charlier, Ollivier: ‘Roodbaard 10’. Uitgeverij Sherpa. ISBN 978 90 8988 141 0.

Drie verhalen uit de jaren 1991-1994 zijn er gebundeld in dit al weer tiende deel van de kaperkapiteins Roodbaard en diens zoon Erik. De serie zou in deze jaren een nieuwe koers gaan varen. Op 10 juli 1989 namelijk overleed Jean-Michel Charlier, destijds één van Europa’s meest vermaarde stripscenaristen op slechts 64-jarige leeftijd. Zijn verhalen schreef hij al improviserend en het einde van een avontuur stond hem tijdens het schrijven lang niet altijd voor de geest. Als natuurtalent zorgde hij dat een verhaal altijd op zijn pootjes terechtkwam. Na zijn dood lagen er ineens vele stripseries stil waaronder : ‘Blueberry’, ‘Buck Danny’, ‘Tanguy en Laverdure’, ‘De Gringo’s’, en natuurlijk ‘Roodbaard’. 

Charlier was juist aan een nieuwe cyclus begonnen. De helden waren naar de Indische Oceaan gestuurd waar Roodbaard en Erik als kapers voor de Franse koning in dienst van de Franse Oost-Indische Compagnie waren. Het werd scenarist Jean Ollivier, die een eind moest breien aan de eenentwintig platen van Charlier, die al uitgewerkt waren door Christian Gaty.  Ollivier besloot een nieuwe weg in te slaan, die van de oosterse thematiek. Knappe, onvervaarde heldinnen werden opgevoerd, die niet alleen maar een bijrol in het verhaal zouden spelen. Anne le Vasseur, dochter van een piraat, maakt het Erik en zijn vader in deze trilogie maar wat lastig!  

Met nog zeven avonturen van Roodbaard in het vooruitzicht, waarvan de komende drie van dezelfde makers zijn, gloort de voltooiing van de serie. De uitvoering van elk deel staat op een hoog peil dankzij de nieuwe vertaling en de sprankelende vormgeving. Het dossier in elke uitgave is er één van formaat!

Hec leemans en Dirk Stallaert: ‘Nino. Het Amerikaanse avontuur’. Matsuoka. ISBN 978 90 02 26400 9.

Met het aantrekken van de Nederlander Rob Harren, die in de vroege jaren negentig aan het roer kwam van weekblad ‘Kuifje’, kregen Nederlandse en Vlaamse stripmakers ineens  publicatiemogelijkheden. Scenarist Hec Leemans en tekenaar Dirk Stallaert boden hun strip ‘Nino’aan ( overigens nadat ‘Robbedoes’ deze had verworpen) en deze werd aanvaard. In nummer 38 van Kuifje weekblad in 1990 werd deel 1 van deze klare lijn strip gepubliceerd: ‘De reis naar Amerika’.  Het verhaal over het kind Nino dat uit een weeshuis ontsnapt, waar het slecht behandeld werd, en vervolgens als verstekeling meevaart op een oceaanstomer met bestemming New York sprak de Kuifje-lezers erg aan. Ook de boekuitgave werd een succes. Het tweede verhaal, ‘De prinses van Manhattan’ zou het jaar daarop uitgeroepen worden tot de beste jeugdstrip op de Stripdagen in Breda!

In 1993 hield ‘Kuifje weekblad’ op te bestaan. Standaard Uitgeverij zag een gat in de markt en liet kort daarna ‘Suske en Wiske Weekblad’ verschijnen. In de winter van 1994-1995 werd het laatste Nino-verhaal ‘De Grote Draak’ dan ook in dat tijdschrift gepubliceerd. Drukke werkzaamheden aan andere reeksen noopten Dirk Stallaert te stoppen met deze serie hoewel er nog ideeën genoeg lagen voor mogelijke vervolgdelen. Het prima dossier legt dit alles haarfijn uit.

De Nino-strip is niet alleen door het geweldige tekenwerk een klassieker geworden op stripgebied uit de twintigste eeuw.  Ook het scenario dat verhaalt over de jaren van opkomst van Hitler, de Ku Kux Klan, en racisme is erg afwisselend; slapstickachtige taferelen zorgen voor verlichting als het verhaal daarom vraagt!

Met ‘Nino, het Amerikaanse avontuur’ heeft Matsuoka, een imprint van Standaard Uitgeverij, de drie delen op waardige wijze heruitgegeven. Geen wonder dat Dirks bemoeienis met de strip ‘Nero’, waarmee hij zich hierna jarenlang zou bezighouden, een naar alle waarschijnlijkheid lang lopend project gaat worden van de jonge uitgever. Zijn ‘Nero’-werk verschijnt daar namelijk ook in integralen. Daarover binnenkort meer!

Peter de Smet: ‘De Generaal gaat integraal’. Uitgeverij Personalia. ISBN 978 94 92 840134.

In ‘Strip Glossy’ nummer 8 werd al melding gemaakt van de terugkeer van ‘De Generaal’. In dat blad bewerkte stripjournalist Rob van Eyk een eigen interview uit 1973 dat hij maakte voor Strripschrift door aanvullingen uit het heden, die hij kreeg van Peter de Smets vrouw Bea, zijn broer Martin en zijn dochters Sanne en Josje, hieraan toe te voegen.

‘Strip Glossy’ nummer 8 kent echter ook het vervolg van het oorlogsepos van Eric Heuvel en Jacques Post, het indringende ‘De meimoorden’. Heel lezenswaardig is het artikel over striptekenaar Anco Dijkman, die met ‘Scarlet Edge’, een prachtig nieuwe avonturenserie heeft opgezet. Hopelijk mag deze talentvolle tekenaar meer van zich laten horen!  Vic Debergh maakte  behalve het schitterende omslag ook nog een kort verhaal over de jeugdjaren van De Generaal, subliem!

Peter de Smet

Peter de Smet (1944) zou in de jaren zestig reclametekenaar worden. Zijn eerste strip ‘De Generaal’ viel op bij de Vlaamse tekenaar Bob de Moor (, die ook warm liep voor de hier eerder aangehaalde strip ‘Nino’).Op aanraden van hem werd de strip aangeboden bij Kuifje weekblad, dat deze kocht. De strip zou echter nooit gepubliceerd worden in “het weekblad voor de jeugd van 7 tot 77 jaar”.

In Nederland was het vervolgens Jan Kruis (de tekenaar van ‘Jan, Jans en de kinderen), die hem aanraadde naar Hetty Hagebeuk te gaan, de hoofdredacteur van de toenmalige ‘Pep’. Zij stelde voor dat hij elf verhalen van ‘De Generaal’ zou maken. Min of meer verbouwereerd begon Peter aan de klus. Zo veel stripwerk had hij nog nooit gemaakt, als het hem maar zou lukken! Maar het lukte!

De elf verhalen werden gemaakt en in 1971 en1972 geplaatst in ‘Pep’. De strekking van de verhalen was steeds hetzelfde. Hoewel Peter de Smet een weerzin had tegen alles wat met macht te maken had,  fascineerden oorlog en leger hem ook. In ieder kort ‘Generaal’-verhaal lijkt hij dan ook de spot te drijven met “het leger”. Zoals Toonder in ‘Koning Hollewijn’ Generaal Hoetentoeter zou laten opdraven, die één soldaat onder zich heeft: “het leger!”

Met behulp van een betweterige uitvinder probeert De Generaal iedere keer de macht te grijpen, waarbij hij steevast als winnaar uit de bus zou moeten komen. Maar…  elke keer gaat het mis. Iedere keer is het doelwit, de maarschalk, hem te slim af… Wie hem nooit te slim af is, is de motoragent. In elk verhaal probeert de dienaar van de wet de orde te handhaven, maar steeds is hijzelf slachtoffer.

Het is interessant om na te gaan hoe het veel te jong overleden talent Peter de Smet  (2003) zijn personage De Generaal de macht wilde laten grijpen. Met een tank die de lucht in zou vliegen omdat de loop verstopt was, met een tijdmachine, een luchtballon, een duikboot, een auto á la James Bond waarbij de generaal zich Zjames Bomb noemt, een grote taart, een kinderwagen met daarin de soldaat, een ijscokar, een paard van Troje, enz. 

In Pep nummer 34 van 1972  vervangt De Generaal het estafettestokje door een staaf dynamiet, zodat de soldaat deze tijdens de estafette van de Olympische Spelen in München naar de maarschalk kan gooien… Vanzelfsprekend  mislukt deze aanslag. Een week later zouden Palestijnse guerrillastrijders van de ‘Zwarte september’ het Israëlische onderkomen in het Olympisch dorp infiltreren. Twee Israëli’s werden tijdens deze aanslag gedood, negen zouden worden gegijzeld … Een speling van het lot, die De Smet nooit had kunnen voorzien!

In zijn klare lijn stijl, die De Smet vermengd heeft met het karikaturale, was hij bepaald uniek te noemen. Ook in de overige strips die hij zou maken waaronder ‘Joris P.K.’ en ‘Viva Zapapa’ is zowel zijn teken- als zijn scenariowerk geheel eigen, onovertrefbaar!  Het is opmerkelijk dat ‘De Generaal’ nu pas weer uitgebracht wordt, maar kwaliteit verloochent zich nooit. ‘De Generaal gaat integraal’ zal uiteindelijk acht delen bevatten. Wanneer al die delen er net zo fraai uitzien als dit eerste deel, prachtige druk, mooie lay-out, prima inleiding en warm ingekleurd dan heeft de lezer een écht monument in zijn boekenkast staan!

Koos Schulte

Kijk voor meer informatie op de site: www.taschen.com


Auteur

Redactie