Recensie | Meer dan een striptekenaar: Hergé en Martin Lodewijk

SNEEK

Van zowel Hergé als Martin Lodewijk verschenen onlangs prachtige uitgaven, die omschreven zouden kunnen worden als “bibliofiele kunstboeken”.

De overeenkomsten tussen hen is dat ze beiden als stripmaker beroemd geworden zijn. Hergé , alias Georges Remi , als de schepper van ‘Kuifje’ en Lodewijk als het brein achter ‘Agent 327’. Op dit moment is een andere overeenkomst dat beiden tevens een tentoonstelling aan zich gewijd zien: Hergé in het Grand Palais te Parijs, en Martin Lodewijk in het fraaie nieuwe museum ‘Strips! Museum voor het beeldverhaal’ in Rotterdam. De gedachte dat het bij beide tekenaars alleen maar om “de strip” zou handelen, wordt in elk van de hier beschreven boeken tenietgedaan. Men hoeft echt geen fan van ‘Kuifje’ of ons aller ‘Agent 327’ te zijn om de boeken met veel plezier te kunnen lezen, dan wel waarderen! Pierre Sterckx: ‘Hergé’s klassieker’. Gallimard, Moulinsart, Lannoo. ISBN 978 2 87424 355 4. In het op groot formaat uitgebrachte boek stelt docent kunstgeschiedenis aan het Institut Saint Luc en École de Cambre, Pierre Sterckx (1936) in zijn inleiding, dat hoe Hergé zich in het dagelijks leven voordeed louter een façade was. Steevast verstopte hij zich achter Kuifje, enkel en alleen om zichzelf in bescherming te nemen. Een “simpele ziel” was hij bepaald niet. Als jarenlang docent kunstgeschiedenis van Hergé zou Sterckx adviseur zijn op het terrein van de hedendaagse kunst, welke Hergé maar wat graag aanschafte. Een grote collectie was aan het eind van zijn leven dan ook het resultaat met kunst van o.a. Andy Warhol, Kenneth Noland, Auguste Herbin en Roy Lichtenstein, de meester van de popart. De Kuifje-albums, die al aan hun zesde generatie lezers toe zijn, zijn in meer dan honderd talen en dialecten vertaald. Om de schrijver te doen verzuchten: “Het hoofdkenmerk van een kunstwerk is dat het een product van een bepaalde plaats en datum tot iets eeuwigs (een eeuwigdurend heden) maakt. Kuifje is eeuwig!” Om even verderop door te gaan: “Kunst is niet iets puurs waar menselijke contradicties geen vat op hebben. In de kunst heerst geen absolute (religieuze) waarheid.” Wat volgt is een uitvoerige biografie over Hergé, waarin school en godsdienst centraal staan, de aankomend tekenaar en de opkomst van zijn stripfiguren ‘Kuifje’ en ‘Kwik en Flupke’. Echter ook de inkleurders van zijn werk worden belicht. Natuurlijk besteedt de auteur ruime aandacht aan ontstaan, inhoud en ontstaansachtergrond van elk van de 24 Kuifje-albums. Ook de hoofdpersonages worden opgevoerd en psychologisch ontleed. Wie het boek gelezen en bekeken heeft, kon genieten van een verhaal waarin Hergé’s kunst zich vanaf 1929 van vroege krantenstrip tot een summum van verfijning, tegen het eind van zijn leven, wist te ontwikkelen. Hoewel er in het verleden al veel mooie overzichtsboeken omtrent Hergé verschenen zijn (zoals de serie ‘De Kunst van Hergé’, ‘Hergé en Kuifje Verslaggevers’, en ‘De wereld van Hergé’) is dit boek een welkome aanvulling. De rol van de kunst in zijn werk en het grafisch steeds beter worden, wordt op interessante wijze belicht. Veel materiaal is nooit eerder op deze wijze zichtbaar geworden. Voor liefhebbers van werk van de “meester” is ‘Kuifje. Hergé’s klassieker’ een welkome aanvulling in hun boekenkast! Rob van Eijck & Rob van der Nol: ‘Martin Lodewijk. Stripmaker en reclametekenaar’. Strips!Museum voor het beeldverhaal. Rotterdam. Géén ISBN-nummer). Martin Spyridon Johannes Lodewijk wordt op 30 april 1939 geboren in Rotterdam als kind van een gemeenteambtenaar en Griekse moeder, vandaar de tweede voornaam! Hij leest veel en vaak. Naast jeugdboeken en cowboy-boeken is hij ook dol op de cartoons uit bladen waaronder ‘De Lach’, ‘Bolero’, enz. Later komen er ook stripbladen om de hoek: ‘Ketelbinkie Krant’, Kleine Zoindagsvriend’, ‘Tom Poes Weekblad’, enz. en niet te vergeten de krantenstrips zoals ‘Eric de Noorman’ en ‘Kapitein Rob’. Als middelbare schoolscholier zou hij al strips gaan maken zoals ‘Ruimtevaart’(onlangs in deze krant beschreven!) en piratenstrips. Voor ‘Het Parool’ zou hij de strip ‘Frank de Vliegende Hollander’ van Piet Wijn gaan overnemen. Maar liefst zes verhalen werden ervan gepubliceerd. (Ooit verscheen er één herdruk van één deeltje, maar wie weet worden alle verhalen nog eens heruitgegeven!) Vervolgens belandt Lodewijk bij reclamebureau Publi in Schiedam, waar hij door het grote scala aan opdrachten vrijwel alles te tekenen en ontwerpen krijgt wat er maar te doen is! Van tabaksreclames tot chocoladeletters, van lingerie tot Hema-advertenties en van chipsverpakkingen tot defensieopdrachten. Als muzikant van folk, blues, en als begeleider van o.a. Coby Schreijer zou hij terzelfder tijd furore maken om uiteindelijk toch definitief als tekenaar aan de bak te komen. Zijn creatie ‘Agent 327’ wordt een weergaloos succes in ‘Pep’ en bladen als de latere ‘Eppo’, enz. Ook omslagen en tekstillustraties levert hij regelmatig af. Wanneer Martin Lodewijk ook nog goede verhalen, scenario’s, weet te schrijven, begint hij ook daaraan. Wie herinnert zich niet ‘Johnny Goodbye’, ‘January Jones’, en de nu al legendarische ’Storm! Martin Lodewijk, die al bijna zestig jaar (!) striptekenaar is, wordt momenteel geëerd met een prachtige overzichtstentoonstelling in Rotterdam. Zijn geesteskind ‘Agent 327’ komt ook al op leeftijd. Hij heeft onlangs Abraham gezien! De winnaar van de Stripschapprijs 1978 en sinds 2011 tevens ridder(!,) mag zich trots rekenen met dit boek. Werk uit zijn hele periode als actief illustrator, scenarist, en muzikant komen we in overvloed in dit met zorg en passie samengestelde boek tegen! Foto’s, ontwerpen, schetswerk, zelfs tekeningen en schoolfoto’s uit zijn jeugd passeren de revue. Een heerlijk kijk- en leesboek dat zijn weg naar de liefhebber zeker dient te vinden! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen