Recensie | De jaren vijftig nog steeds een bron voor stripuitgaven

SNEEK

De beëindiging van de Tweede Wereldoorlog zou indirect voor een verschuiving zorgen op mediaal gebied. Nieuwe soorten muziek waaronder bebop, cool jazz en rock and roll zouden een nieuw publiek aanspreken.

De literatuur zou drastisch veranderen met de vrije wijze van schrijven van auteurs waaronder Gerard (van het) Reve, Jack Kerouac, enz. Met name door de comics die hier in grote getale opgang maakten na de bevrijding door de geallieerden, ic de Amerikanen, zouden ook in ons taalgebied de strips gemeengoed worden. Zo waren er de stripbladen, waarvan de één het langer zou uithouden dan de ander zoals ‘Donald Duck’, ‘Robbedoes’ en ‘Sjors’. Maar ook de vele dagstrips die in de kranten kwamen te staan: ‘Kapitein Rob’, ‘Aram’, ‘Piloot Storm’ en ‘Tom Poes’ om er slechts enige aan te halen. En dan was er nog een categorie, die met name bij kiosken verkrijgbaar was: veelal ongekleurde strips, die in allerlei formaten werden uitgegeven, en vaak wisselend van kwaliteit waren. Over ‘Spot Morton’, ‘De Moker’, ‘Dick Bos’, ‘Akim’ en ‘Jezab’ spraken opvoeders hun gramschap uit. Opgroeiende kinderen daarentegen belegden hun zakgeld echter maar wat graag in dit soort uitgaven, die door velen als “pulp” werden beschouwd. Eén van de pulpuitgevers was de Rotterdamse uitgever-drukker Arnoldus Teeuwen, die naast magazines met cartoons en pin ups vele stripseries aankocht, die maandelijks bij stationsrestauraties, kiosken, tabakszaken en lectuurhandels verkrijgbaar waren. Niemand minder dan Martin Lodewijk (1939) zou als tekenaar van cartoons en later van diverse eigen stripuitgaven, waaronder de series ‘Ruimtevaart’ en ‘Arent Brandt’, bij Teeuwens uitgeverij ATH zijn imposante carrière starten. Wie kent niet één van de hoogtepunten uit Nederlands striphistorie Martin Lodewijks ‘Agent 327’, alias Hendrik IJzerbroot! Toen Lodewijk deze strip zou opzetten voor het legendarische stripblad ‘Pep’ was het zijn leermeester Jan Kruis (‘Jan, Jans en de kinderen’), die zijn protegé hiertoe aangemoedigd had. Lodewijks eerste comics zijn nu gebundeld in een lijvig boek: ‘De ATH jaren. Ruimtevaart 1957-1958’. De jaren vijftig zijn echter ook de jaren die de stripgarde van nu doen teruggrijpen naar die tijd. Series als ‘Jacques Gipar’ en ‘De tijgerwals’ lijken de lezer van nu terug te voeren naar de jaren van Marilyn Monroe, kauwgom, de rally van Monte Carlo, de draadomroep, radio Luxemburg en de eerste uitgaven van racecoureur Michel Vaillant… Martin Lodewijk: ‘De ATH jaren. Ruimtevaart 1957-1958’. Uitgeverij L, Don Lawrence Collection Oosterhout. ISBN 978 90 245 74377. Via de beeldromannetjes ‘Havenkwartier’ leerde de Rotterdamse scholier Martin Lodewijk de handelsdrukkerij ATH kennen, die gevestigd was aan de Jacobusstraat in de Maasstad. Als zeventienjarige (!) meldde hij zich met illustraties, cartoons, voor de licht erotische bladen ‘Bolero’ en ‘Mascotte’, tijdschriften die ondergetekende ook onder ogen kreeg wanneer hij naar de kapper moest voor het maandelijkse model “bloempot”. Martin zou vele illustraties vervaardigen waarvoor hij f 5,00 per stuk ontving, voor een middelbare schoolscholier van het Johannes Calvijn Lyceum een vermogen! ’s Nachts tekende hij want vader en moeder moesten het niet te weten komen! Na een half jaar vroeg de heer Teeuwen hem of hij ook strips wilde maken. Nadat op 5 oktober 1957 de eerste Russische spoetnik het luchtruim zou verkennen, stond plotseling de uitgever-drukker op de stoep van huize Lodewijk: of Martin ook een ruimtevaartstrip wilde opzetten… En de deal werd gemaakt. Voor het geld dat haar zoon zo binnenbracht, tweehonderd gulden per boekje, kreeg moeder Lodewijk haar eerste wasmachine! De Ruimtevaart-serie zou tien delen beslaan. Over de serie zegt de tekenaar: “Ik begon gewoon, maar had nog geen idee waar ik heen wilde. Ik baseerde me deels op sf-bladen zoals de Britse ‘Eagle’, die bij ons ‘De Arend’ heette. Later zouden andere strips me ook inspiratie geven”. Een tekenaar, die al voor ATH werkte, Lou Visser (serie ‘Fred Penner’), maakte hem wegwijs hoe er getekend moest worden. Met ‘De heersers der aarde’ leverde Martin zijn eerste deeltje af over een onbekend ruimteschip dat met zijn dodelijke straal aardse ruimteschepen vernietigt. Aan het eind van het 32 pagina’s tellende deeltje weet hoofdpersoon Dick een groot aantal aardbewoners te bevrijden uit handen van de Sterrenwezens waaronder zijn Ellen! Het verhaal eindigt aldus: “Je kunt de mens misschien een tijd onderdrukken, maar lang zal het niet duren…” In een fraai dossier van 31 pagina’s wordt de geschiedenis van het Rotterdamse familiebedrijf beschreven en de rol die Martin Lodewijk daarin speelde. Vele boekomslagen en foto’s zorgen voor inzicht in die tijd. Alle omslagen van de Ruimtevaart-serie zijn hierin in kleur weergegeven. Het jeugdige stripwerk ademt vaart, bravoure en bovenal talent uit. Een zeer verzorgde uitgave, die in de toekomst hopelijk vervolgd wordt met Lodewijks piratenstrips, die ooit verschenen bij dezelfde uitgever ATH. De school van Marcinelle Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de stripverhaalstijl van weekblad Robbedoes wel de ‘school van Marcinelle’ genoemd. Het is niet de plaats waar de illustratoren hun tekenwerk verrichtten, maar de plaats nabij Charleroi waar de uitgever gevestigd was. De stijl is een combinatie van cartoons en realistische strips. Vooral de beweging van de personages is levendig! Thierry Dubois & Jean-Luc Delvaux: ‘De pinardiersbende’. Gorilla ISBN 978 94 62801 905 & ‘De terugkeer van de Kapucijnen’Gorilla ISBN 978 94 62802 216. In de eerste Wereldoorlog werd rode wijn ‘pinard’ genoemd, waarmee tevens het wijnrantsoen van de Franse troepen bedoeld werd. Met pinardiers worden dan ook de vrachtwagens bedoeld welke de wijn vervoerden. In dit verhaal dat zich afspeelt in 1953 worden de tankwagens met pinard overvallen om de wijn in handen te krijgen. Verslaggever Jacques Gipar van ‘Frankrijk Onderzoekt’ raakt aan de praat met een bestolen chauffeur en raakt geïntrigeerd. Hij weet de zaak tot een verrassend einde te brengen. Kleine Bretoen is een heerlijk strippersonage en de vele getekende auto’s van met name Franse merken zijn in beide delen een lust voor het oog! In ‘De terugkeer van de Kapucijnen’ ontsnapt Henri Polinet. Gipar laat het er niet bij zitten en belandt bij een criminele organisatie, vernoemd naar een achttiende eeuwse bende. Maar of de politie wel te vertrouwen is..! Ook dit boek is getekend in de Marcinelle-stijl en doet zelfs denken aan de retrostijl van Yves Chaland! Weytens & Skiav: ‘De tijgerwals’1. ‘De winter rally’. Gorilla ISBN 978 94 62800 748 en deel 2. ‘Doel Londen’. Gorilla ISBN 978 94 62801 400. Twee vervolgdelen die zich afspelen in 1971, het jaar waarin de excentrieke miljardair Lord Edward Bartholomew Winter een miljoen dollar uitlooft voor de winnaar van de Winter Rally. De race trekt deelnemers aan wier bedoelingen niet altijd even oprecht zijn. Russische spionnen en lieden die het op de diamant van Lord Winter gemunt hebben weten voor veel commotie te zorgen. Uiteindelijk wordt de finish in Londen met piepende remmen bereikt. Twee boeken die qua scenario op sommige momenten weinig vaart kennen, maar met elkaar gemeen hebben dat - evenals bij Jacques Gipar - vooral de achtergronden vol vroege jaren zeventig elementen waaronder prachtig getekende bolides erg tot de verbeelding spreken. Alle boeken van Gorilla worden in een hard cover uitvoering uitgegeven en zijn voorzien van schitterende schutbladen! Een uitgeverij om in het oog te blijven houden! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen