Recensie | Johan en Pirrewiet; het begin van een stripimperium

Sneek

Het is begin 1951 wanneer de jonge Pierre Culliford werkt aan een stripbijdrage voor ‘Le Soir-Jeunesse’, de jeugdbijlage van ‘Le Soir’: ‘Le Petit Page’, ‘De kleine schildknaap’.

In die periode ontmoet hij Franquin, die de vaste tekenaar is van ‘Robbedoes en Kwabbernoot’. Culliford, die zich in zijn tekenwerk bedient van het pseudoniem Peyo, vertelt hoe lastig het is om “er tussen” te komen. Beide tekenaars praten enige tijd en Franquin legt de heer Charles Dupuis enige tekeningen van Peyo voor waarop de laatste meteen geneigd is Peyo aan te nemen. Niemand heeft op dat moment in de gaten dat beide heren zullen uitgroeien tot de groten in het Europese beeldverhaal…. Peyo: ‘Johan en Pirrewiet’. De bundelingen 1 t/m 5. De integrale. Dupuis. Peyo begint meteen aan een verhaal voor het stripweekblad ‘Robbedoes’: ‘De nederlaag van Basenau’. Na vier pagina’s sommeert zijn vriend Franquin hem de eerste vier pagina’s te hertekenen. Wanneer de aanpassing goed is gevallen bij de (toekomstige) grootmeester van de strip Franquin (‘Guust’), laat Peyo het inkleurwerk van de pagina’s over aan zijn vrouw Nine. Na publicatie in ‘Robbedoes’ verschijnt het in 1954 in albumvorm. De verhalen, die zich afspelen in de fictieve middeleeuwen, met een knappe held, Johan, en aardige bijfiguren worden al snel geliefd bij de lezers. Na het tweede verhaal, ‘De heer van Rodensteyn’, verschijnt deel 3, ‘De dwerg in het rotsbos’ waarin hij Pirrewiet opvoert, een mannetje dat zich aanvankelijk als een ‘vlogger’ avant la lettre openbaart, maar bij nader inziens een goedmoedig braaf ventje blijkt te zijn, dat met zijn geliefde beest Sikje menig avontuur aandurft. Zoals Don Quichotte ooit Sancho Panza als gezel had met zijn ezel, zo heeft Johan nu Pirrewiet met Sikje… Plezier Peyo werkt met veel plezier aan vervolgverhalen van de serie, die ondertussen ‘Johan en Pirrewiet’ heet. In de jaren die volgen worden zowel de scenario’s van de verhalen als het tekenwerk pakkender. In totaal verschijnen er dertien albums tussen 1954 en 1970. Waarom er dan toch een einde kwam aan de reeks waar Peyo zelf het meest van hield? In 1957 brengen de families Culliford en Franquin samen hun vakantie door in een plaatsje aan de Belgische kust. Tijdens een gezamenlijke lunch vraagt Culliford: “André, geef je me de… eh… de… ja, eh, de smurf even aan”, waarop Franquin reageert met: “Alsjeblieft, hier is je smurf” en het zout overhandigt. Het einde van ‘Johan en Pirrewiet’ Dit grapje blijft Culliford, alias Peyo, bij en tijdens het werken aan het negende Johan en Pirrewiet-verhaal ‘De wonderfluit’ introduceert hij op pagina 36 een klein volkje dat al “smurfend” de wereld van Johan en Pirrewiet verkent, wanneer ze horen: “In smurfsnaam! Kun je niet kijken waar je je smurfen zet? Je hebt me bijna versmurft!” Wanneer ‘De wonderfluit’ in boekvorm verschijnt in het najaar van 1959 kijkt Peyo vreemd op als hij ziet dat de titel veranderd is in: ‘De fluit met zes smurfen’. Na het dertiende verhaal van Johan en Pirrewiet valt het doek voor hen. De smurfen , die zo nu en dan nog voorkwamen in hun avonturen, moesten op eigen benen staan. Peyo liet de middeleeuwen en hun hoofdpersonages voor wat ze waren en ging door met hét succes: de smurfen, in boeken, tekenfilms en op grammofoonplaten. Pas in 1994 zou uitgeverij Lombard door studiomedewerkers nog enkele avonturen laten uitwerken. De oorspronkelijke dertien verhalen zijn nu dus gebundeld in vier onwaarschijnlijk mooi uitgegeven boeken, boeken met prachtige dossiers over de tijd waarin de verhalen zijn ontstaan. Foto’s, schetsen, niet eerder afgedrukte pagina’s, te veel om op te noemen. Naar onlangs bekend is geworden, volgt volgend jaar in samenwerking met Lombard nog een vijfde deel met de latere verhalen. Prachtig hoe uitgeverijen elkaar dan toch nog weten te vinden! Als dit boek uit is, kom ik daar zeker op terug. ‘Johan en Pirrewiet’,vier banden plezier voor jong en oud in een fris vormgegeven uitvoering waar we het jaren mee kunnen doen! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen