Recensie | Corentin, Kind van duizend-en-een-nacht

Sneek

Toen op 26 september 1946 het eerste nummer van stripweekblad ‘Kuifje’ verscheen, in Frankrijk ‘Tintin’ geheten, zullen slechts weinigen gedacht hebben dat de tekengeneratie uit dat nummer legendarisch zou worden.

Naast Hergé waren daar: Edgar P.Jacobs (‘Blake & Mortimer’), Jacques Laudy ( ‘Hassan & Kaddour’) en Paul Cuvelier ( ‘Corentin’), die de basis zouden vormen van het aanvankelijk slechts 12 pagina’s tellende jeugdblad. Paul Cuvelier debuteerde in dit nummer met ‘De fantastische avonturen van Corentin’. Binnen een tijdsbestek van vijfentwintig jaar (!) zouden er van het weeskind uit Bretagne slechts zeven albums verschijnen. Daar komt nu verandering in..! Christophe Simon & Jean van Hamme: ‘Corentin. De drie parels van Sa-Skya’ (hc.) Le Lombard. ISBN 978-90- 5581-919- 5. In het eerste avontuur van Corentin, dat aanvankelijk de hoogdravende titel ‘De buitengewone odyssee van Corentin Feldoë’ heette, ontvlucht het jongetje het huis waar zijn oom hem wreed en harteloos opvoedt. Hij belandt op een schip dat uiteindelijk voor de kust van een tropisch land vergaat. Een vergelijking met ‘Robinson Crusoë’ (D.Defoe) is hier dan ook op zijn plaats. Bevriend raakt hij met de gorilla Belzebub en de tijger Moloch, zodat het verhaal eveneens een wending krijgt, die doet denken aan de avonturen van Mowgli uit ‘Junglebook’ (R.Kipling). Ondanks zijn jeugd is hij doortastend en belandt uiteindelijk aan het oosterse hof van de sultan en zijn lieftallige dochtertje Sa-Skya. De Belgische tekenaar Paul Cuvelier (1923-1978) zou, wie weet, meer Corentin-avonturen hebben getekend als hij maar goede scenario’s had gekend. Meerdere scenaristen hebben zich over de reeks gebogen met als gevolg dat in één van de delen een kleinzoon van Corentin zelfs bij de indianen belandt… Jean van Hamme In de jaren zeventig zette Jacques Martin, de tekenaar-schrijver van ‘Alex’ en ‘Lefranc’, een scenario op voor een nieuwe ‘Corentin’, waaraan Cuvelier vol goede moed begon om vervolgens rigoureus het stripbijltje er bij neer te leggen. Laat het nu één van de vele leerlingen van Martin zijn, Christophe Simon, die het bijltje weer mocht oppakken van de erven Cuvelier om een nieuwe ‘Corentin’ op te zetten. Uitgaande van een novelle, die Van Hamme in de jaren zeventig schreef voor een zogenaamde ‘Kuifje Pocket’, een nevenserie van ‘Kuifje Weekblad’, kon zo onlangs ‘Corentin. De drie parels van Sa-Skya’ verschijnen. Overigens had Jean van Hamme in 1968 al met Paul Cuvelier samengewerkt aan de volwassenenstrip ‘Epoxy’, een fantasie, die zich afspeelde in de wereld van de Griekse goden. Christophe Simon Simon (Namen 1974)studeerde kunstgeschiedenis en archeologie om vervolgens de Academie Beaux Arts de Châtelet te gaan bezoeken, striptekenen, waarna hij in aanraking kwam met Jacques Martin. Met de laatste had hij bijzonder veel op, ook omdat deze de klassieke oudheid veelal in zijn strips verwerkte, zoals in ‘Orion’ en ‘Alex’. Geen wonder dat hij meermalen aan strips van “de meester” mee mocht werken. Momenteel werkt hij aan een eigen serie ‘Sparta’, die de Griekse oudheid doet herleven. Omdat Corentin zeventig werd en Simon veel ophad met de Bretonse jongen, werd hem eenmalig toestemming verleend een Corentin-strip te maken. Daarvoor ging hij niet over één nacht ijs. Hij bezocht India waar hij een reis maakte van 2500 kilometer om het land van Corentin te leren kennen. Zo’n 7000 foto’s getuigen daarvan, materiaal dat hij deels kon verwerken in ‘De drie parels van Sa-Skya’. Alexandre Carpentier had hier veel aan toen hij elke illustratie handmatig met gouache inkleurde. Zoals Christophe Simon het verwoordde: “We hebben ons erg geamuseerd door op de ouderwetse manier te werken, ik bij het tekenen, hij bij het inkleuren, en zonder de computer als hulpmiddel. Corentin is Corentin, dat moet je respecteren!” Evenals Cuvelier het zelf deed heeft ook Simon een drietal paginagrote platen aan het verhaal toegevoegd. Overigens ook een stuk erfenis opgedaan voor de klassieke albums van Martin over bijvoorbeeld Pompeï ! De drie parels Corentin besluit zijn al te saaie leven aan het hof van de radja er aan te geven en besluit om te vertrekken. Dan worden de drie parels, de bruidsschat voor prinses Sa-Skya op ingenieuze wijze gestolen. Hoewel de radja beter had kunnen weten, ziet hij in Corentin de dief omdat deze de verblijfplaats van de parels kende. Corentin krijgt de kans zijn onschuld te bewijzen, maar werkt zich hierdoor juist veel dieper in de nesten. Hij belandt zelfs in een slangenkuil… Deze achtste ‘Corentin’, mogelijk gemaakt omdat de hoofdfiguur dit jaar zeventig is geworden, is een lust voor het oog. Hard cover, een prachtige pastelkleurige inkleuring en schutbladen zijn hier debet aan. Het verhaal is wat aan de matige kant: het tekenwerk “wint” het van het scenario, overigens een euvel waaraan de strip zoals eerder al aangegeven, ook in vroeger tijd al leed. Simon weet de tekenstijl van Cuvelier dicht te benaderen zonder in de klare lijnstijl van zijn leermeester Jacques Martin te vervallen, een prestatie! Wat zou het aardig zijn voor al diegenen, die ‘Corentin’ niet van vroeger kennen, wanneer de oude albums alsnog verkrijgbaar zouden zijn. De vele albums vol stripbundelingen (en vaak uitmuntende dossiers!) , die momenteel verschijnen, zoals van ‘Roodbaard’, ‘Tanguy en Laverdure’, ‘De Beverpatroelje’ en ‘Chlorophyl’ zijn niet voor niets zo succesvol. Het ziet er naar uit dat Christophe Simon met zijn Corentin een nieuw leven voor deze prachtige strip heeft ingeluid! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen