Recensie | Nieuwe stripalbums in zo vertrouwde klare lijnstijl

Sneek

In 1977 organiseerde de Rotterdamse Kunststichting de tentoonstelling ‘Kuifje in Rotterdam’. Te zien was werk van (strip)tekenaars, die allen één en dezelfde tekenstijl hanteerden, die door Joost Swarte omschreven werd als “de klare lijnstijl”.

Een heldere vlakverdeling, alleen de essentie weergeven in de tekeningen, nauwelijks schaduwen of arceringen aanbrengen, een strakke lay-out, en vrijwel overal dezelfde lijndikte aanhouden waren de kenmerken deze stijl. Een stijl die ook wel de “Hergé-stijl” genoemd wordt naar de tekenaar, die ‘Kuifje’ tot leven zou wekken. Niet voor niets stonden Hergé (‘Kuifje’), Edgar P.Jacobs (Blake & Mortimer) en Jacques Martin aan de wieg van weekblad ‘Kuifje’ om in deze stijl roem te gaan oogsten. Momenteel is striptekenaar Eric Heuvel als vertegenwoordiger van deze stijl in het Nederlandse taalgebied het meest geliefd, mede te danken aan een grote productiviteit. Zijn avonturen van heldin ‘January Jones’, voorgepubliceerd in ‘Eppo’ en de historische boeken over met name de Tweede Wereldoorlog dragen daar in grote mate toe bij. Van hem verscheen een boek over de Nederlandse slavernijgeschiedenis: ‘Quaco’. Toen Jacques Martin in 2010 overleed, auteur van o.a. ‘Alex’, ‘Lefranc’ en ‘Lois’, liet hij zijn personages in leven. Andere tekenaars mochten in zijn naam de serie(s) vervolgen. Zo is onlangs deel 27 ‘De vogelman’ in de serie ‘Lefranc’ verschenen, een avontuur dat zich afspeelt op Paaseiland tegen het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw. J.Martin, Régric, R.Seiter: Lefranc 27, ‘De vogelman’. Casterman ISBN 978 90 303-7174-8. Wie aan Paaseiland denkt, ziet in gedachten natuurlijk meteen de grote stenen beelden voor zich van de torso’s met buitenproportioneel grote hoofden. Armen met handen op de buik completeren deze beelden, die gehouwen zijn uit compacte vulkanische as. Het gros van de 887 resterende beelden, moai genaamd, bevindt zich dan ook bij vulkaankrater Rano Raraku. Datering zou de elfde eeuw zijn, waarin de Polynesische eilandbewoners hun overleden familieleden in de vorm van de moai herdachten. In deze nieuwe ‘Lefranc’, die zich afspeelt in 1959, begeeft onze reporter zich met een groep wetenschappers naar Paaseiland om op Rapa Nui opgravingen te gaan verrichten. Wanneer er meteen na aankomst van de expeditieleden een moord begaan wordt, is het niemand minder dan Guy Lefranc, die hiervan verdacht wordt. Echter ook Axel Borg, de aartsvijand van Lefranc, blijkt zich in de buurt van het eiland op te houden… het verhaal mondt dan ook uit in een dubbele intrige waarin ook de Russen een cruciale rol spelen. Een strip als een ouderwets jongensboek! Eric Heuvel & Ineke Mok: ‘Quaco. Leven in slavernij’. Walburg Pers ISBN 9 789462 490208. ‘Quaco’ is het ontroerende verhaal van een acht a negenjarige jongen, die door mensenhandelaars rond 1770 uit het Afrikaanse Guinee ontvoerd wordt, om uiteindelijk via een Nederlands slavenschip in Paramaribo te belanden. Bevriend wordt hij met het slavinnetje Afua, dat hij nooit in de steek wil laten. Uiteindelijk wordt hij te werk gesteld bij een rijke planter, Walter Kennedy, om vervolgens bij Nederlandse adel te belanden waar hij zijn vrijheid verwerft. Eenmaal vrij probeert hij de plek te zoeken waar hij ter wereld kwam…. Quaco heeft werkelijk bestaan en het is historica Ineke Mok, verbonden aan Cultuursporen, een bureau voor interculturele en educatieve projecten, die al hetgeen ze te weten kwam van voornoemde slaaf te boek stelde. Eric Heuvel, geruggensteund door tal van deskundigen completeerde het in een gedegen stripscenario. Het harde leven op de plantages met verkrachtingen, geweld, brandmerken, wilde beesten, en militaire missies komt levensecht over zonder dat het bloed vanaf de pagina’s vloeit. Een hoed, die het hoofdpersoontje van zijn meester krijgt, is een prima vondst. Temidden van vele lotgenoten blijft het hoofdpersonage in het verhaal zo uiterst herkenbaar. In het nawoord stelt Ineke Mok dat Quaco later onder de naam Willem Stedman voor de VOC gevaren zou hebben. Hij zou onder anderen gevaren hebben op VOC-schip de ‘IJsselmonde’ om in 1793 op Java te belanden. Of hij daar gebleven is na zijn contractbeëindiging in 1795 staat niet vast. Diverse archieven moeten daartoe nog uitsluitsel bieden. ‘Quaco. Leven in slavernij’ is een geslaagde poging van Heuvel en Mok om het échte slavenleven weer te geven voor jongeren. In de jaren 1979-1984 had Fransman François Bourgeon er vijf delen voor nodig om zijn slavenepos ‘De kinderen van de wind’ op te zetten, een klassieker die zich tezelfdertijd afspeelde als ‘Quaco’. Een integer verhaal met een prachtig afsluitend historisch dossier van “hoe het eens was”! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen