Recensie | Meisjesboeken van weleer

Sneek

“’t Was krans bij Jeanne van Laer. Zij zaten met haar vieren om de tafel: Jeanne, Jet van Marle, en Lien en Noes Terhorst.” Dit is het begin van één van de beroemdste Nederlandse meisjesboeken: ‘School- Idyllen’ van Top Naeff, die het boek schreef in 1900. Neerlandica en auteur Kristine Groenhart (1964) herlas het boek, waarbij ze bij het lezen van het overlijden van één van de hoofdpersonen, Jet, nog net zo onder de indruk was als toen ze het boek voor het laatst in haar jeugd las.

Waarom Groenhart het boek herlas had alles te maken met haar gelukkige jeugd in een gezin waar lezen een centrale plaats innam. Het geluk dat ze ervoer bij het lezen van allerlei totaal verschillende meisjesboeken, wilde ze doen herleven in een nieuw, door haar te schrijven kostschoolboek: ‘Mulberry House’. Kristine Groenhart; ‘Meisjesboeken van weleer’. Querido. ISBN 978 90 214 0227 7. Ook kinderen van tegenwoordig wilde ze deelgenoot gaan maken van een genre dat ogenschijnlijk volledig had afgedaan: het meisjesboek dat de lezeres vrolijk maakte, ontroerde, deed wegdromen naar de toekomst. In ‘Meisjesboeken van weleer’ verhaalt ze van de (meisjes)boeken, die ze in haar jeugd, de jaren zestig-zeventig, gelezen heeft. Ze maakt een reconstructie, die geslaagd uitvalt, zeker wanneer men nagaat dat de schrijfster de boeken van eertijds lang niet allemaal meer in haar bezit heeft. Veel boeken moest ze lenen dan wel kopen om er achter te komen wat haar destijds zo fascineerde aan het lezen hiervan. Zo verhaalt ze van de prentenboeken en de voorleesboeken, om geleidelijk aan uit te komen op het “typische” meisjesboek, ‘Claudia’, ‘Rozemarijntje’, ‘Polly’, ‘Merel’, ‘Marjoleintje’ en de kostschoolboekjes omtrent ‘Pitty’ en ‘De dolle tweeling’. Ook de boeken voor oudere meisjes, veelal geschreven door auteurs van generaties eerder zoals Louise Alcott, Top Naeff, Cissy van Marxveldt, Diet Kramer en Sanne van Havelte komen aan bod, waarna ook de schrijfsters, die in de jaren vijftig, zestig en zeventig mateloos populair waren zoals Lenie Saris, Nel van der Zee en Mien van ’t Sant niet vergeten worden. Door herinneringen uit haar jeugd op te halen en deze te verwerken bij de door haar gelezen boeken ontstaat er een goed tijdsbeeld. Ze vertelt van haar zussen, die ook de Witte Raven pockets lazen, van de vakanties naar Frankrijk met een grote stapel meisjesboeken en de Tina’s en Tina- leesboeken achterin de kofferbak en ook van een boekje voor de Bouquetreeks waar ze samen met enige vriendinnen aan schreef, maar dat overigens nooit uitgegeven is. Van veel boeken en series geeft ze achtergrondinformatie, waarbij die algemeen is gebleven; een diepgaande verhandeling over jeugdliteratuur schrijven was immers niet haar opzet. Zich afvragend wat al het lezen van deze boeken haar heeft gebracht, komt ze tot de conclusie dat ze las! Hoewel de boeken soms van een bedenkelijk(er) niveau zijn is dat niet erg. Ook Claudia en Floortje Bellefleur hebben ertoe bijgedragen dat Kristine het uiteindelijk tot een succesvol auteur heeft gebracht. Overigens passeren in het boek ook grootheden van lang geleden de revue zoals de ’Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’ van Betje Wolf en Aagje Deken, de basis van het meisjesboek aldus de schrijfster. Wie wil weten wat er al dan niet zo vernieuwend is aan de boeken van Miep Diekmann - op een gegeven moment wilde ze haar boeken niet meer uitgebracht zien als Hans Borrebach, een tekenaar van stereotypen - haar boeken van tekeningen zou voorzien, zodat haar boeken voorzien werden van omslagen door Rudy van Giffen, waarom Cissy van Marxveldt op een gegeven moment stopte met schrijven (‘Joop ter Heul’, ‘Een Zomerzotheid’), en wie van de aangehaalde auteurs woonachtig waren geweest in de woonplaats van Groenhart, Dordrecht, kan ik dit boek van harte aanbevelen. Leesplezier troef! Zij, die in de periode 1950-1975 meisjesboeken lazen, een genre dat tegenwoordig achterhaald is, zullen veel plezier beleven aan dit boek. Het is betreurenswaardig dat de boekomslagen, die afgebeeld staan in dit heerlijke boek zo allerbelabberdst van kwaliteit zijn: wazig en zelfs meermalen voorzien van de vervelende C, die de afbeeldingen van de verzamelaarssite Catawiki zo ontsiert. Had die dan weggeretoucheerd! Om nog eenmaal terug te komen op Kristine Groenhart: een jaar lang oude meisjesboeken lezen is voor haar niet voor niets geweest. Ondertussen mag ze zich met de Hotze de Roosprijs voor het eerste deel uit haar kostschoolboekenserie ‘Mulberry House’ gelukkig rekenen! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen