Noorderlingen in krimpgebied ervaren afname leefbaarheid

Joure

Een kwart van de Noorderlingen die in een krimpregio woont, vindt dat de leefbaarheid het afgelopen jaar achteruit is gegaan, dit is hoger dan in regio’s waar geen krimp is (15%). Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal Planbureau Groningen, Fries Sociaal Planbureau en CMO STAMM.

In april 2016 zijn bijna 4500 inwoners uit Groningen, Friesland en Drenthe bevraagd naar de ervaren leefbaarheid en de waardering van hun eigen woonomgeving. Deze vragenlijst is uitgezet onder de burgerpanels in de drie Noordelijke provincies. Van alle bevraagde panelleden woont meer dan één op de vier (1175) in een krimpgebied. De panelleden geven de leefbaarheid in hun woonomgeving gemiddeld een 7.7. De voorzieningen in de woonomgeving krijgen gemiddeld een 7.1. Binnen de krimpregio’s ligt dit cijfer bijna een halve punt lager (6.7). De verschillen tussen de provincies zijn klein, maar de Drentse panelleden scoren op zowel leefbaarheid als voorzieningen het hoogst. Bijna helft jongvolwassenen wil (misschien) verhuizen Wanneer wordt gevraagd naar de verhuisplannen, valt op dat vooral jongvolwassenen (18-34 jaar) willen verhuizen. Binnen de komende twee jaar zegt 21% van deze groep zeker te willen verhuizen en 28% wil misschien verhuizen. De belangrijkste reden die Noordelingen aangeven om te verhuizen is vanwege de gezondheid (32%), of onvrede met de huidige woning (22%). Van de Groninger panelleden geeft een op de vijf verhuisgeneigden aan te willen verhuizen vanwege de aardbevingen als gevolg van gaswinning. De Groninger panelleden zijn ook dubbel zo vaak (zeer) ontevreden over de waardeontwikkeling van hun woning in vergelijking met de andere provincies (42% ten opzichte van 19% in Fryslân en 15% in Drenthe).

Auteur

Brenda van Olphen