Recensie | Arman & Ilva anders bekeken

Sneek

In de jaren 1978-1983 verscheen bij uitgeverij Brabantia Nostra de integrale editie van ‘Arman & Ilva’. De bundeling van deze dagstripverhalen was welhaast het levenswerk van tekenaar Thé Tjong-Khing en scenarist Lo Hartog van Banda, die beiden toen werkten bij de Toonder Studio’s.

De uitgave was voor die tijd er één die er wezen mocht, gemaakt naar de maatstaven van die tijd en met de middelen van die jaren. In 2006 begon de Haarlemse uitgever Mat Schifferstein aan een nieuwe integrale editie. De reproductietechnieken waren aanzienlijk verbeterd, originele stroken werden zoveel mogelijk gebruikt, geretoucheerd en opnieuw werd er geletterd. De serie, die nu zijn einde nadert, wordt door liefhebbers warm onthaald. De op groot formaat weergegeven stroken zien eruit alsof ze zo van de tekentafel komen, waarbij extra verworpen stroken, vingeroefeningen van personages uit de strip, aanwijzingen enz. in speciale dossiers na te gaan zijn. Juist die toegevoegde beeldinformatie zorgt ervoor dat velen naast de eerste albumuitgaven uit de jaren zeventig, tachtig alsnog overstag gaan om de oude serie te vervangen, dan wel aan te vullen met de nieuwe editie. Ook de inleidingen van de kloeke delen, verzorgd door vakgenoten, vinden een warm onthaal. Onlangs verschenen er twee nieuwe delen in de serie bij uitgeverij Sherpa:’Het bevroren verleden’ en ‘Camilla’. Een reden om nu eens niet de dagstrips welke er tussen 1969-1975 in de kranten te volgen waren in het zonnetje te zetten, maar met name de fraaie dossiers! Khing/Banda: ‘Het bevroren verleden’. Sherpa ISBN 978 90 8988 090 1. In dit oorspronkelijk tweede verhaal uit 1969-1970 verdwijnt Ilva spoorloos. Arman gaat naar haar op zoek en ontmoet daarbij een vrouw, die veel te jong is voor haar leeftijd. Een verhaal vol persoonsverwisselingen en de drang naar de eeuwige jeugd. Voor het personage van de oude man baseerde Khing zich op filmster Jim Backus (1913-1989) en voor dat van de blonde vrouw koos hij voor filmster Sharon Tate (1943-1969). Doordat Van Banda in vrijwel ieder verhaal tegenspeelsters van Arman opvoerde, die het op hem gemunt hadden, kon Khing telkenmale nieuwe personages opvoeren, die hij veelal haalde uit de door hem zo geliefde wereld van de film! In het dossier geven de bladzijden 54-78 de jeugd van de tekenaar weer op Midden-Java, waar hij in 1933 geboren werd. Documentalist Rudy Vrooman kreeg de beschikking over de fotoalbums van Khing, die van een onbezorgde jeugd getuigen in de gordel van smaragd. Zo vertelt deze over de immense tuin , die ze bezaten in Cheribon: “Die tuin was zo groot dat ik in sommige delen nooit ben geweest…” Ook hetgeen hij vertelt over zijn familie, ouders, zusjes (waarvan Khing liefdevol verhaalt van Gwat Jong, het zusje dat aan een longontsteking overleed) geeft inzicht in de familieband. We ervaren Khing als konijntje bij een jeugdopvoering van ‘Sneeuwwitje’, als student in Djakarta waar hij op kamers ging bij een tante om al snel de studie geschiedenis te beëindigen, en op de kunstacademie Seni Rupa Indonesia. Zijn passie voor zowel muziek als film, zijn geliefde motorfietsen en uiteindelijk zijn vertrek naar Europa in augustus 1956, waar hij na een rondreis belandde op de Kunstnijverheidsschool, zijn tevens van belang. Wanneer hij uitgekeken is op de afdeling Reclame van deze opleiding wandelt hij naar de studio van Marten Toonder met onder zijn arm een mapje tekeningen… Khing/Banda: ‘Camilla’. Sherpa ISBN 978 90 8988 096 3. In dit derde verhaal uit 1970 willen de hoofdpersonen Ilva haar zus bezoeken, die op de ‘groene’ planeet woont. De nederzetting blijkt echter verlaten. Arman en Ilva moeten het oerwoud in trekken om de reden van de vlucht te achterhalen… Het dossier, andermaal consciëntieus verzorgd door Rudy Vrooman volgt op dat uit ‘Het bevroren verleden’. Khing meldt zich in 1957 bij de Toonder Studio’s in de Reguliersdwarsstraat om er uiteindelijk onbetaald(!) aan de slag te mogen gaan. Het hele scala aan activiteiten aldaar passeert de revue, waarbij de vele schetsen welke hij maakte van medewerkers van de studio een ideaal tijdsbeeld geven! Ook zijn tekeningen welke hij maakte tijdens het model tekenen zijn heerlijk om na te slaan evenals die van vrienden en vriendinnen welke hij maakte, zoals dat van de dochter van Lo: Helen. Bladzij na bladzij wordt het helderder hoe Khing kon uitgroeien tot één van de meest realistische (strip)tekenaars, naast Dick Matena en Hans Kresse. Zo geeft de ‘Khing-Collectie’ van uitgeverij Sherpa een super interessante inkijk in de keuken van de Nederlandse stripgeschiedenis. En wat Arman en Ilva betreft : nadat Khing en Banda de serie in 1975 lieten rusten, nam Gerrit Stapel de serie over. Van hem verschenen, naar verluidt, nog enige prachtige verhalen. Het is te wensen dat uitgeverij Sherpa, de uitgever die veelal gaat voor compleetheid, ook deze verhalen nog in boekvorm uitgeeft. De verzamelaar verwacht niet anders! Al met al: de ‘Khing Collectie’ is om te koesteren! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen