De statushouders van De Fryske Marren (1)

DFM

Gemeente De Fryske Marren moet dit jaar ongeveer 180 mensen met een vluchtelingenachtergrond plaatsen.

Deze zogenaamde statushouders hebben een verblijfsvergunning voor vijf jaar of langer en mogen aan de lange reis van inburgeren beginnen. Maar hoe gaat zoiets in zijn werk? En wat merkt de Fryske Marder daar van? De redactie zocht het uit. Achterstand inhalen Gemeente De Fryske Marren moet door een landelijk besluit 61 mensen een woning kunnen bieden in het eerste half jaar van 2016. De gemeente en Vluchtelingenwerk gaan er van uit dat dit aantal de tweede helft van 2016 ongeveer gelijk is. Daarbij is er een achterstand van de afgelopen jaren. De optelsom komt op een aantal tussen de 176 en 189 mensen die dit jaar een woning krijgen in de gemeente. Omdat de gemeente zelf geen woningen heeft, vraagt De Fryske Marren de woningstichtingen om huizen beschikbaar te stellen. Geen woning weigeren Om tot een toewijzing te komen, werken veel partijen samen. Als iemand het azc achter zich laat, zoekt het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) een gemeente die een woning beschikbaar heeft. Vluchtelingenwerk, de gemeente en de woningstichting gaan met elkaar in gesprek. Om tot een gezamenlijk besluit te komen, bemiddelt een onafhankelijke coördinator tussen de partijen. ,,De mensen kunnen niet kiezen waar ze gaan wonen. Ook mogen ze geen woning weigeren'', zegt Ellen Boonen van Vluchtelingenwerk in Joure. ,,Er wordt alleen gekeken naar de benodigde ruimte. Is het een gezin of een vrouw alleen? Komt er later nog familie naar Nederland? Dat is het enige dat telt.'' Accolade De woningstichting ontvangt wekelijks een overzicht met de achtergronden en nationaliteiten van de te plaatsen personen. De woningstichting kijkt naar spreiding in de gemeente, de grootte van het gezin en het aantal opzeggingen. ,,Je kunt niet iedereen in een hele drukke wijk plaatsen,'' zegt Anja Smink, medewerker wijken en buurten bij Accolade. ,,Alles is maatwerk en gaat in overleg. Maar de achtergrond van de bewoner maken wij niet bekend. Dat doen ook niet met anderen. Statushouders worden verder net zo behandeld als onze andere huurders. '' Weinig problemen Smink merkt dat de plaatsing over het algemeen heel goed gaat. ,,Wij zien weinig problemen. En is er iets, dan hebben wij contact met Vluchtelingenwerk en het sociale wijkteam. De klachten gaan meestal over geluidsoverlast. De woningen zijn vaak nauwelijks ingericht en leeg want ze hebben nog niets. De trap op lopen hoor je dan extra goed omdat er geen vloerbedekking ligt. Of ze praten luid door de echoënde ruimtes. Met de politie is geen tot weinig contact nodig. Wij hebben eigenlijk geen extra werk van deze doelroep. En nieuwe buren krijgen is altijd spannend, of het nu een statushouder is of niet.'' Wachttijden Ondanks dat twintig procent van de huurwoningen wordt gereserveerd voor mensen met een verblijfsvergunning, verwachten de gemeente en Vluchtelingenwerk dat de wachttijden gelijk blijven. Zo komen er nagenoeg geen oudere vluchtelingen naar de gemeente en blijven daarom de seniorenwoningen ongemoeid. ,,In Delfstrahuizen en Echtenerbrug kun je zo wonen. Maar in Joure en Lemmer is de wachttijd voor sommige straten vijf of zes jaar'' zegt wethouder Durk Durksz. ,,De wachtlijsten ontstaan omdat er te weinig woningen zijn waar mensen graag willen wonen. Een huis kun je niet zomaar verplaatsen. Aan de andere kant kun je dan een overschot hebben. Na een half jaar zonder belangstelling wordt zo'n woning verkocht. En voor de woningen in het hogere segment komen de statushouders niet in aanmerking. Er spelen dus vele factoren mee.'' Lees hier deel 2.

Auteur

Brenda van Olphen