Recensie | Flip en Flap de koffie- en theehondjes van D.E.

Sneek

Op internet, in kringloopwinkels of in antiquariaten komt men ze nog wel eens tegen: de kinderboekjes rond het takshondje Flip en het buldogje Flap.

Jarenlang waren het veel gelezen prentenboekjes, die op de punten van D.E gespaard konden worden. Voor de eerste Flip en Flap moeten we een flink eind teruggaan in de geschiedenis… Rotterdam 1922 Rond 1920 besloot de koffie- en theetak van het Van Nelle-concern in Rotterdam het qua reclame eens over een nadere boeg te gooien. Wat was er nu aardiger om door middel van spaarpunten in het bezit te komen van prachtige boeken. Het bedrijf ging te rade bij L.G.Steenhuizen, die onder het pseudoniem Leopold vooral voor de jeugd veel had gepubliceerd. Eén van de sprookjes van de Gebroeders Grimm, ‘Van de visser en zijn vrouw’ werd door hem herschreven en kreeg als nieuwe titel: ‘Van het tovervischje, een oud sprookje opnieuw berijmd’. Nadat het boek in 1922 verkrijgbaar was, voorzien van vele illustraties, kende het veel succes. Zoveel succes dat D.E niet om ‘Piggelmee’, zoals het weldra in de volksmond werd genoemd, heen kon. Ook zij wilden een publiekstrekker voor hun koffie, thee en tabak. Joure 1924 Om hun producten te promoten bedacht D.E eveneens een geschenkspaarsysteem. Via punten die verkrijgbaar waren bij tabaksartikelen kon er gespaard worden voor kinderboeken. Tekenaar Karel Berghegge, die al meerdere werkzaamheden voor D.E had verricht werd gevraagd kinderalbums te gaan maken. Deze illustrator baseerde zich waarschijnlijk op het in Oostenrijk uitgegeven kinderboek van Robert Wagner, ‘Flip und Flap, ein lustiges Hunde-Bilderbuch’. In het voorjaar van 1925 kwamen de twee eerste deeltjes van de pers, ’De avonturen van Flip en Flap’, die verkregen konden worden na inlevering van 50 spaarpunten, “bons”. Bovenaan iedere pagina stond een illustratie in kleur, halverwege een stuk tekst, en onderaan dezelfde plaat in zwart-wit, zodat kinderen hem zouden kunnen inkleuren. Ondanks de mooie uitvoering van de deeltjes bleef succes aanvankelijk achterwege. Nadat D.E ook spaarpunten op de koffie en theeproducten plaatste, kende de serie veel succes! Karel Berghegge (1885) overleed in 1925. In deeltje drie zijn zowel tekeningen van hem als van zijn opvolger te zien, Daan Hoeksema (1879 – 1935), één van de eerste Nederlandse striptekenaars. Met het verschijnen van de deeltjes 4, 5 en 6 in 1926 werd de serie voltooid. Vervolgens kwam D.E in de vroege jaren dertig op het idee om de gekleurde plaatjes achterwege te laten en de consument hiervoor te laten sparen, zodat deze ze in kon plakken. Een drukfout was er de schuld van dat deze uitgave uit de handel werd gehaald. Toen de deeltjes alle zes, voorzien van nieuwe vrolijk gekleurde omslagen weer verkrijgbaar waren sloeg het noodlot toe: de crisis van de jaren dertig. De verkoop van “luxe” koffie en theeproducten nam af en daarmee de spaarzin voor ‘Flip en Flap’- deeltjes. De vooroorlogse avonturen van Flip en Flap In de zes deeltjes uit de jaren dertig beleven de honden allerlei avonturen. Flap, die geen kiespijn meer heeft omdat Flip hem een kruidnagel toedient en een meisje dat door de honden van het vlees voor haar vader beroofd wordt. Zelfs de melkfles van een baby moet het ontgelden… Later gaan beide vrienden er met een vliegtuig vandoor om uiteindelijk in zee te storten. Ze belanden in de graftombe van Toet-Anch-Amon en uiteindelijk op een schip waar ze de scheepskok, nikker “Diklip” angst aanjagen. Uiteindelijk verstoppen ze zich in een theekist, die op een kleine vrachtvaarder belandt, die over de Zuiderzee koers zet richting Lemmer. In Joure, “bij de groote fabriek van Douwe Egberts” wordt er gelost. “De heele fabriek” loopt uit om de verstekelingen te zien. Als beloning mogen ze ieder in een mooi geschilderd hokje de fabriek bewaken… De recensies over Flip en Flap waren in de vooroorlogse jaren lovend! De naoorlogse Flip en Flap In de vroege jaren vijftig wilde D.E. het puntenspaarsysteem weer in ere herstellen waarbij allereerst gedacht werd aan de jeugd. Frisse kinderboeken in aansprekende kleuren moesten de nieuwe lokkers worden naast andere producten als kop en schotels, lepeltjes, koffiemolens, enz. Meteen werd gedacht aan Flip en Flap, maar dan wel in een nieuwe uitvoering. Joop Geesink (1913 – 1984), voormalig medewerker van Marten Toonder had in 1946 de Dollywood Studio opgericht. Hij moest de beide honden nieuw elan geven. In de jaren 1950 – 1952 verschenen vier nieuwe deeltjes van ‘De avonturen van Flip en Flap’. Schrijver was ditmaal Han G.Hoekstra (1906 – 1952), een onderwijzer-journalist, die later naast Annie M.G.Schmidt de bekende ‘Gouden Boekjes’ zou redigeren. De serie werd zo succesvol dat Joop Geesink en Han G.Hoekstra tegen het eind van de jaren vijftig nogmaals zouden samenwerken. In 1958 verscheen het pop up-boek ‘Roodkapje’, een jaar later gevolgd door ‘Assepoester’. De nieuwe avonturen van Flip en Flap speelden zich ook weer af in verre oorden waar exotische dieren en “bloeddorstige inboorlingen” de dienst uitmaakten. “Ver van mijn bed-avonturen”, die kinderen ten tijde van de wederopbouw maar wat graag lazen en bekeken… En wie weet, u nu nog? Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen