Recensie | De wereld van Jeroen Bosch

Sneek

Van 13 februari tot en met 8 mei wordt één van de meest prestigieuze tentoonstellingen ooit in ons land gehouden in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

De beroemdste inwoner, Jeroen Bosch, wordt geëerd met een overzichtstentoonstelling, die zijn weerga niet kent. In de aanloop van en tijdens dit evenement is er een scala aan boeken uitgekomen omtrent Jheronimus van Aken, de kunstenaar die pas aan het eind van de 15e eeuw zijn achternaam zou veranderen in Bosch. Wie weet om zich aldus te onderscheiden van zijn oude werkplaats. Het aardige en opvallende is dat er voor iedere leeftijdsgroep boeken zijn uitgegeven, die op één of andere manier gerelateerd zijn aan deze grote middeleeuwse schilder. Johanna Klein: ‘Hemel, hel’. Uitgeverij Lecturis. ISBN 978-94-6226-104-4. Jeroen, Hieronymus, Bosch, wiens familie van schilders afkomstig was van Aken werkte lange tijd in zijn vaders atelier waar meerdere familieleden werkzaam waren. Het woninkje waarin het atelier zich bevond (nu een souvenirwinkeltje) was een stenen woning op een top locatie. Vader Anthonis had het dus goed! Jeroen zou later naar de overkant van de markt verhuizen, nadat zijn vrouw een huis geërfd had van haar grootvader. Door zijn huwelijk met Alijt de Meervenne, een koopmansdochter, steeg Jeroen op de maatschappelijke ladder. Kinderen kregen Alijt en hij niet, misschien het gevolg van de giftige verfstoffen die gebruikt werden. Doordat er meerdere kunstenaars waren, die soms ingezet werden aan één werk, is het lastig te bepalen hoeveel werk Jeroen zelf heeft verricht. In ‘Hemel, hel’ heeft kunsthistorica en beeldhouwer Johanna Klein het drieluik ‘De Tuin der lusten’ als uitgangspunt genomen. Hoewel dit schilderij, zijn magnum opus, ontbreekt op de expositie, openbaart de schrijfster de achtergronden van vrijwel alle Bosch’ schilderijen aan de hand hiervan. Belicht worden de veelal adellijke opdrachtgevers, en de omgeving van de kunstenaar zoals stad, werkplaats en medeburgers. Hoe was hun kijk op de wereld? Wat waren de kennisbronnen, scholing, welke boeken werden er gelezen, wat was de invloed van kerk en religie op het dagelijkse leven, hoe waren de sociale verhoudingen en wat treffen we hiervan aan op de werken? In aparte kaders staat de informatie die niet rechtstreeks betrekking heeft op Bosch’ meest imposante werk, dat zich bevindt in het Prado te Madrid. Door deze “ontleding” maakt de kunsthistorica het werk van Bosch begrijpelijk. Zo blijkt dat gebeurtenissen op het doek verwant zijn aan de tijd waarin het werk ontstond. Bourgondische adel, toernooien, buitensporige feesten, volksvroomheid, dromen, mystiek, en branden welke de kunstenaar aan den lijve ondervond ,zijn sleutels om het werk van Jeroen Bosch met andere ogen te zien. Door het aanhalen van de Bijbel en de werken uit de Klassieke Oudheid kunnen we situaties doorgronden. De kunstenaar Bosch, zo die ons in de jaren zestig voorgeschoteld werd, met werk dat zou duiden op geestverruimende middelen, bestaat als zodanig niet. Bosch is meer dan het prachtige ‘Land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot of de undergroundmuziek van ‘Pearls before Swine’. Als geen ander is Klein erin geslaagd een kunstenaar te beschrijven op zodanige wijze dat het boek leest als een roman. Het is een boek om in één ruk uit te lezen zonder dat het verveelt, zoals helaas maar al te vaak gebeurt in kunstzinnige verhandelingen en niets rest dan in arren moede de reproducties maar te gaan bekijken..! Hier en daar hadden de uitvergrotingen nog iets groter gekund, maar dan was het boek meteen in een andere prijsklasse beland. Op www.boschproject.org kunnen alle werken van de Bossche kunstenaar 13 á 40 keer vergroot bekeken worden, misschien een tip… Al met al: een met zorg geschreven en uitgevoerd boek, een vraagbaak voor diegenen die ook maar iets van deze kunstenaar willen weten! Thé Tjong-Khing: ‘Bosch. Het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en de bal…’ Leopold. ISBN 978-90-258-6889-5. Thé Tjong-Khing (1933), ooit begonnen als tekenaar bij de Toonder Studio’s, (‘Marion’, ‘Arman & Ilva’) ontpopte zich tot een kundig illustrator van met name jeugdboeken. Boeken voor de allerjongsten van Dolf Verroen en Miep Diekmann zouden hem razend populair maken. Drie maal zou hij het Gouden Penseel winnen. Met zijn prentenboek ‘Waar is de taart?’ won hij in 2005 het Zilveren Penseel. Evenals zijn vorige prentenboeken is het ook ditmaal leuk om met kleuter of peuter bepaalde zaken op de grote platen in pastel op te sporen. Wanneer Jeroen gaat buiten spelen valt hij in een ravijn om te belanden in een paradijselijke wereld, bevolkt door vreemde liefelijke maar eveneens griezelige wezentjes. Deze scheppen er aardigheid in spulletjes van hem af te pakken… Telkens gaat Jeroen er achteraan, waarbij hij vele vrienden maakt. Sommige figuren komen we ook in vermomming tegen. Uiteindelijk belandt hij weer bij zijn huis op de berg. Een prachtig boek ontleend aan de wereld van Bosch vol vreemde situaties en fantasiewezens! Misschien zou het aangenaam zijn wanneer een inlegvel aanwijzingen zou geven hoe de platen bekeken kunnen worden, zoals ook bij ‘Nederland’ van Charlotte Dematons het geval was. Evi Nijs: ‘Alex en het feest van Jeroen Bosch’. Syndikaat. ISBN 978-90-78403-425. Illustrator-ontwerper Evi Nijs (23) kwam vanwege haar fascinatie voor ‘Alice in Wonderland’ en die van Jeroen Bosch op het idee een eigen wonderland te creëren, waarbij ze bedacht personages uit ‘De Tuin der lusten’ van Jeroen Bosch te laten voorkomen in een vertelling. Het resultaat werd een stripboek , haar debuut en tevens afstudeeropdracht, waarmee ze de kunstacademie St.Joost in Breda met succes afrondde. Het begin en einde van het boek spelen zich af in het Noordbrabants Museum te Den Bosch. Toen de strip opgezet werd, was het schijnbaar nog onduidelijk of ‘De Tuin der lusten’ in Den Bosch aanwezig zou zijn! Nijs is daar wel vanuit gegaan want hoofdpersoon Alex en zijn oudere broer bevinden zich in dit museum wanneer de laatste de matig geïnteresseerde Alex uitleg geeft van de aanwezige Bosch-schilderijen. Hij dwaalt af en belandt met Konijn in ‘De Tuin’ waar de Jeroen Bosch-wereld zich aan hem openbaart. Hij belandt in een zee van tranen om uiteindelijk op het feest te komen, een feest met een dubbele bodem, een feest dat pas begint wanneer Alex als een levende kanonskogel weggeschoten wordt. Taart welke aangeboden wordt, maar er niet blijkt te zijn, een verjaardag waarop sterfdagkado’s aangeboden worden, eieren die geen eieren zijn… De teksten, eveneens van Evi Nijs, worden vaak niet door de ander begrepen dan wel op aparte wijze geïnterpreteerd met als gevolg een soort Babylonische, dan wel filosofische spraakverwarring. Een boek vol verbeelding, dat er grafisch mag zijn - wat kinderen zal aanspreken - maar tekstueel voor veel leerlingen van de middengroepen van de basisschool een lat te hoog zal zijn. Marcel Ruijters: ‘Jheronimus’. Uitgeverij Lecturis. ISBN 978-94-6226-149-5. Marcel Ruijters won in 2015 de Stripschapprijs met een oeuvre dat grotendeels geworteld is in de Middeleeuwen, zoals zijn vrije bewerking van Dante Alighieri’s ‘Inferno’. Geen wonder dat hij aangetrokken werd door het icoon van de middeleeuwse kunst Jheronimus Bosch. Oudere kinderen en volwassenen zullen genieten van deze graphic novel, die een neerslag is van het veelal rauwe leven in de Middeleeuwen. Juist datgene wordt zo goed door Ruijters verbeeld: het alledaagse leven met zwijntjetikken, de macht van de Inquisitie, de allesvernietigende branden welke als een vagevuur verbeeld worden, visioenen, de grote verschillen tussen arm en rijk, ziekten, ophangingen, mismaaktheid, alchemie, bijgeloof, oorlogen en misoogsten. Met deze gebeurtenissen als achtergrond krijgen we deels het leven van Jeroen Bosch in beeld. Het sterke van zowel de teksten als de grafische uitwerking hiervan is dat de lezer door heeft waaróm Jeroen Bosch schilderde zoals hij schilderde. Deels heel lieflijk, deels naar het leven zelf met verschrikkingen, die deel uitmaakten van het leven van de middeleeuwers. De dik aangezette tekenstijl van Marcel Ruijters - waarin karikaturaal neergezette wezens de dienst uitmaken – is expressief en realistisch tegelijk. Een zeer goed verzorgde uitgave, warm ingekleurd en met verschillende schutbladen. Top! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen