Recensie | Ton en Tineke, voorlopers van Guus Flater in beeld

SNEEK

In de jaren vijftig waren stripbladen voor de jeugd enorm in trek. Ondanks de hetze tegen het beeldverhaal van regeringswege werden stripweekbladen in groten getale door jong en oud verslonden.

Nederlandse bladen als het ‘Vrolijke weekblad Donald Duck’ en ‘Sjors’ kenden als rivalen de van oorsprong Franstalige stripbladen ‘Tintin’(‘Kuifje’) en ‘Spirou’ (‘Robbedoes’). Voor ‘Robbedoes’ was de Belgische striptekenaar André Franquin één van de trekpleisters. Hij hield zich in de vroege jaren vijftig met name bezig met de avonturen van de naamgever van het blad: het piccolootje ‘Robbedoes’( en Kwabbernoot.) Door onenigheid met uitgever Charles Dupuis over hogere royalty’s, belandde de illustrator bij aartsrivaal stripweekblad ‘Kuifje’, een uitgave van Lombard, waar hij in de periode 1955 – 1959 zou werken aan de gagstrip ‘Ton en Tineke’. Contractgebonden bleef hij in dezelfde tijd ook werkzaam voor ‘Robbedoes’. Franquin zei na vier jaar Lombard vaarwel om zich weer te voegen in het team van ‘Robbedoes’-medewerkers. In de jaren die volgden zou hij grote successen boeken met zijn nieuwste creatie ‘Guust Flater’, een niet al te schrandere postsorteerder op de redactie van ‘Robbedoes’. ‘Ton en Tineke’ zouden in later jaren door tal van andere illustratoren en scenaristen avonturen blijven beleven. Zo onderhoudend als die van Franquin zouden ze echter nooit meer worden… Andre Franquin: ‘Ton en Tineke, integraal’ (264 pagina’s). Uitgeverij Le Lombard. Alle 183 platen welke André Franquin wekelijks op de redactie van ‘Kuifje’ afleverde, komen we tegen in dit boek, dat terecht als ‘magistraal’ door het leven mag gaan. Het boek op royaal formaat kent namelijk een voorwoord van maar liefst tachtig bladzijden! Diverse stripjournalisten en de familie Franquin bundelden hun krachten om middels fotomateriaal, schetswerk, contractweergaven, meubelcatalogi, lp-hoezen etc. de ontstaansgeschiedenis van het tweetal weer te geven. Groter verschil dan tussen Ton en Tineke is er niet: Ton is uitvinder en chagrijnig van aard, zijn partner Tineke daarentegen is opgeruimd. Vriend Felix, vertegenwoordiger en eveneens uitvinder, en de vervelende neefjes geven de verhalen een extra lading. Met hen, met Felix en met de buren heeft Ton het vaak aan de stok. Waar Ton het ook lastig mee heeft, zijn de verworvenheden van de jaren vijftig: de stofzuiger, de opkomst van de televisie, de telefoon, het strijkijzer, de vaatwasser, de snelkookpan, de platenspeler en de grasmaaier. De achtergronden zijn eveneens typisch jaren vijftig, ‘herinneringen aan het verleden van toen’: interieurs vol Pastoe-meubels, druk gedecoreerde gordijnen, Picasso-vazen, enzovoorts. Auto’s daarentegen zijn verouderde roestblikken. Franquin hield er namelijk van allerlei archaïsche modellen te bedenken in plaats van die te ontlenen aan die uit de jaren vijftig! De één pagina-avonturen, gags, kunnen een vergelijking met de avonturen van ‘Guust Flater’ glansrijk doorstaan. ‘Ton en Tineke, integraal’ kunnen in deze uitvoering jarenlang mee! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen