Recensie | Het leven der dieren, de politieke cartoons van Marten Toonder

JOURE - In 1994 verscheen er een uitgave in facsimile van ‘Metro’, het politiek satirische blad van Marten Toonder en een aantal van zijn medewerkers.

Het tijdschrift dat zich eerst manifesteerde als 'het oudste ondergrondsche blad in Nederland' en waarvoor Marten Toonder bij uitgeverij D.A.V.I.D. had gepleit ,,dat één tekening meer zegt dan duizend woorden” zou van november 1944 tot en met juni 1946 bestaan. Hoewel de gevestigde verzetskranten ‘Metro’ als een luis in de pels zagen werd het in den lande goed ontvangen. Na mei 1945 zou het tijdschrift zich gaandeweg richten op de middelmatigheid van de zo lang verbeide Bevrijding.

Voor dit blad was het dat Toonder werk begon te maken, dat, zoals hij het zelf omschreef, ,,sterk afweek van de Tom Poes-strip, maar het was bijzonder werk. Op die manier reageerde ik mijn eigen, geheime gevoelens af”. Om ook nog te melden: ,,Ik meende dat afkeer beter getoond kan worden dan gebral…”

Het hier aangehaalde geeft de aanvang van Toonder als politiek tekenaar weer. Het zal dan ook niemand verwonderen dat hij zich korte tijd later opnieuw met politieke prenten zou gaan bezighouden. In de jaren 1947-1948 zou hij voor ‘Elseviers Weekblad’ veertien cartoons maken. In 1952  zouden er in de ‘Haagse Post’ 25 cartoons gepubliceerd worden, en in datzelfde jaar vervolgens nog een tweetal cartoons in ‘De Zakenwereld’.

Met lichte euforie vernam ik dat Dick de Boer en Klaas Driebergen alle politieke cartoons van Toonder en waarschijnlijk met inbreng van enige medewerkers uit de Studio’s, hebben uitgegeven. De satirische, politieke cartoons van Toonder zijn zo dankzij ‘Het leven der dieren’ in totaliteit uitgegeven. ‘Metro integraal’ en ‘Het leven der dieren’ kunnen aldus met gepaste trots naast elkaar in de boekenkast geplaatst worden!  

Dick de Boer & Klaas Driebergen: ‘Het leven der dieren’. Uitgeverij Klaas Driebergen Amstelveen. ISBN 978 90 826855 4 1(paperback). ISBN 978 90 826855 5 8 (hard cover, met  prent). 

In de inleiding geven beide auteurs de geschiedenis weer van de dierencartoon. Al rond 600 voor Christus schreef Aesopus al dierenverhalen waarin hij de dieren menselijke eigenschappen zou toeschrijven, om zo de spot te drijven: antropomorf, dieren die op mensen gelijken. In de eeuwen hierna zouden tal van auteurs en tekenaars in hun satire dieren laten optreden.

Toen Marten Toonder zich in 1947 opwierp als karikaturist voor ‘Elseviers Weekblad’ zou dat al met al slechts voor een half jaar zijn. Waarom de reeks vervolgens beëindigd werd is onbekend. Zijn ‘Leven der dieren’ is ongetwijfeld een “plagiaat-titel” van een boek dat Toonder in zijn boekenkast had staan: ‘Het leven der dieren’ van de Duitse natuurkundige Alfred Brehm (1829-1884). Het is opmerkelijk dat Toonder al deze cartoons van zijn signatuur heeft voorzien.  Alle prenten zijn lijntekeningen, zoals hij die ook maakte voor ‘Metro’. Iedere cartoon is voorzien van voetnoten, die (mogelijk) interpreteren wat de achtergrond hiervan was.

De inleiders stellen dat het wie weet mr. G.B.J.Hilterman zou kunnen zijn geweest, die Marten Toonder zou hebben binnengehaald bij de door hem kort daarvoor opgekochte ‘Haagse Post’, voorheen ‘Haagsche Post’. Als medeoprichter van ‘Elseviers Weekblad’ in 1945 dan wel ten tijde van ‘De Telegraaf’ waar Toonder en hij tezelfder tijd werkten kunnen ze elkaar gekend hebben. Voor ‘Haagse Post’ werd er voor een tekening niet de pen, maar het penseel gehanteerd. Toonder signeerde de prenten ook niet meer en de gedachte dringt zich op dat medewerkers zoals Ben van ’t Klooster het tekenwerk verrichtten, waarna Toonder eventuele correcties aanbracht, zoals hij dat ook bij de dagstrip ‘Tom Poes’ deed.

De slechts twee cartoons die Toonder maakte voor ‘De Zakenwereld, weekblad voor handel, industrie en financiën’ kennen niet meer dieren als hoofdpersonages, maar uitsluitend mensfiguren.  Toonder heeft beide prenten wel gesigneerd, maar het tekenwerk lijkt te zijn gedaan door studiomedewerkers, wie weet dezelfden die ook het tekenwerk verrichtten voor ‘Haagse Post’. 

De cartoons

Hoewel er een categorie liefhebbers van politieke platen bestaat, die slechts oog heeft voor de historische achtergrond hiervan, zal menige lezer van ‘Het leven der dieren’ vooral gefixeerd zijn op het tekenwerk van Toonder. Wel nu, zij komen met dit boek echt aan hun trekken.  Zowel de in- als de uitleiding van het boek kent een schat aan informatie. Dat hier meermalen vergelijkingen met het oeuvre van Marten Toonder gemaakt worden, zal hun als muziek in de oren klinken.  Al kijkende naar de cartoons komen sommige personages al dicht bij de strippersonen zoals Toonder die zou opvoeren in zijn weekstrips, met name ‘Tom Poes’. Geniet bijvoorbeeld van de haan en de muis uit ‘Bemoei je met je eigen zaken!’, van de gier uit ‘Mode’, de buldog uit ‘Bondgenootschap’, dan wel van het schaap en de giraffe uit ‘Kunstkenners’. 

Van de prenten uit ‘Haagse Post’ zal vooral heer Bommel, die zit te soezen onder een krakkemikkige boom tot de verbeelding spreken van de vele Toonder-liefhebbers. Een satire op de o, zo explosieve wereld van dat ogenblik.

Al met al is dit op stevig en getint papier gedrukte boek weer een gedegen uitgave van uitgever Klaas Driebergen. Werk dat al in de vergetelheid was geraakt en op deze wijze weer springlevend is geworden!

Cartoons uit de begintijd van wederopbouw, die hier en daar al de sfeer van de Koude Oorlog in zich meedragen…

Koos Schulte