Jongen schrijft boek over zijn vlucht uit Eritrea

De Fryske Marren Om je vaderland te verlaten omdat je leven in gevaar is, is een moeilijke beslissing. Wat je daarna onderweg tegenkomt laat zich alleen maar raden. Amba woont in de gemeente De Fryske Marren. Hij wil graag zijn verhaal toevertrouwen aan het papier en schrijft nu een boek.

Amba woont in de gemeente De Fryske Marren. Hij wil graag zijn verhaal toevertrouwen aan het papier en schrijft nu een boek.

Vluchteling

‘Niemand weet hoe het voelt als je vluchteling bent!’ is de eerste zin van zijn verhaal. Aan de keukentafel van het gezinshuis, waar hij sinds januari vorig jaar woont, vertelt hij zijn heftige verhaal. Zijn leven van nu komt overeen met dat van een ‘normale’ Nederlandse jongen. Hij voetbalt graag, hij heeft een bijbaantje, hij heeft vrienden en hij gaat naar school.

‘We hadden genoeg te eten’

Hij wil graag iedereen laten zien hoe het is om vluchteling te zijn. ,,Veel mensen weten niet waarom en hoe ik gevlucht ben’’, zegt hij. ,,Ze denken dat het is om een goede toekomst te hebben, voor goed eten. Maar wij hadden genoeg te eten. Eritrea is een rijk land, maar er is geen democratie. Dezelfde president is al 29 jaar lang aan de macht. Je mag niet zeggen wat je denkt. Doe je dat wel, dan word je gevangen genomen of je krijgt een boete. Bovendien is er een lange dienstplicht. Wij waren erg ongelukkig in ons land.’’

Gevaarlijke reis

Op 12 jarige leeftijd vluchtte Amba te voet uit Eritrea. Samen met zes gezinsleden begon hij aan een gevaarlijke reis. ,,Twee nachten en één dag zijn wij op de vlucht geweest. De vlucht was zwaar en moeilijk. Het waren de zwaarste dagen en nachten uit mijn leven. We sliepen op de grond. Het was niet veilig en ik maakte mij zorgen om mijn broertjes en zusjes. Hyena’s en slangen waren er. ’s Nachts was het pikkedonker. Overdag was het rond de veertig graden.’’ De familie had voedsel meegenomen voor de reis, maar het water raakte op. Bij meertjes ging Amba water halen. In Eritrea trekken veel boeren rond met hun schapen, geiten of koeien. Als dekmantel deed Amba zich voor als zo’n boer en de mensen geloofden hem.

Mijnen en soldaten

De weg vonden ze op geluk en door te vragen. Het kostte zijn ouders veel geld om mensen te overtuigen hun de juiste informatie te geven zoals militairen onderweg. ,,Ik dank God nog iedere dag voor de goede afloop van de reis’’, zegt hij. De vlucht had ook anders kunnen aflopen. Wegrennen voor militairen kon leiden tot doodschieten en onderweg lagen mijnen. Een bekende van de familie liep op een mijn en kwam om het leven.

Luizen en ongedierte

Na drie dagen kwamen ze aan in een dorpje aan bij de grens van Ethiopië. Militairen vingen hen op. Het volgende dorp Adwa was een uur lopen. De daaropvolgende nacht bij het politiebureau was een zware. Ze moesten slapen in een koude vuile container bevolkt door luizen en ongedierte. Na het (goede) ontbijt ging de reis verder per auto en vrachtwagen naar de immigratiedienst voor registratie. Elf maanden woonden ze in het vluchtelingenkamp in Ethiopië. In oktober 2015 kwamen ze in Nederland.

Schrijven kost tijd

Het schrijven van het boek kost hem veel tijd en die neemt hij dan ook. Wanneer het klaar is, durft hij niet te zeggen. Over de eerste pagina’s is hij nu tevreden. Hij krijgt hulp van zijn taalcoach. Samen werken ze gestaag verder. ,,Ik wil heel graag mijn verhaal vertellen. Daarom vind ik dat het boek er moet komen.’’

Leven opbouwen

Amba wil nu graag een eigen leven opbouwen met een eigen huis (het liefst in het bos), een auto en een gezin. ,,Ik ben serieus bezig met mijn toekomst.’’ Wat hij later wil worden, weet hij nog niet. Of hij terug wil keren, is ook nog een groot vraagteken. ,,Als er geen dictatuur is wil ik misschien weer terug. Maar dat kan ik nog niet zeggen. Misschien wordt het voor mij een vakantieland. Ik weet niet nog niet.’’

Brenda van Olphen