Recensie | ‘Land van de Zwarte Farao’s’ in Drents Museum

JOURE - In samenwerking met het Museum of Fine Arts in Boston kon er een expositie gerealiseerd worden in het Drents Museum over de geschiedenis van Nubië.

Dat er in het Nijlgebied ten zuiden van Egypte, het huidige Soedan, eens farao’s leefden, die de macht van de Egyptenaren evenaarden, is een gegeven dat weinig bekend is. Aan de basis van de collectie in het Fine Arts Museum staat de Amerikaanse egyptoloog George Reisner (1867-1942), die in de eerste decennia van de twintigste eeuw opgravingen deed in Nubië. Dammen en schatgravers bedreigden op dat moment het gebied en om het bedreigde erfgoed veilig te stellen was ingrijpen vereist. Een groot deel van de vondsten die Reisner deed nam hij volgens afspraak mee naar de Verenigde Staten. Ook de musea in Khartoem en Cairo kregen een groot deel van de vondsten.

303 Objecten uit het Museum of Fine Arts vormen momenteel de leidraad van de tentoonstelling ‘Nubië. Land van de Zwarte Farao’s’, waarin de periode van 2400 voor Chr. tot 350 na Christus op plastische wijze verbeeld wordt. De nieuwe conservator van het Drents Museum Bastiaan Steffens , die ook de eindredactie van de gelijknamige catalogus op zich heeft genomen, heeft met de overige conservatoren, ontwerpers en de staf van het museum keihard gewerkt aan deze archeologietentoonstelling. Een tentoonstelling die eens te meer aantoont waarin de kracht van het Drents Museum ligt. De tentoonstelling loopt nog tot en met 5 mei van dit jaar.

‘Nubië. Land van de Zwarte Farao’s’.

Bastiaan Steffens (red.), WBOOKS Zwolle. ISBN 978 94 625 8306 1.

Wanneer gesproken wordt over Nubië wordt er gedacht aan het gebied dat zich vanaf de zuidelijke grensstreek van Egypte tot aan de hoofdstad van Soedan, Khartoem uitstrekt. Zowel in het verleden als nu liggen de belangrijkste plaatsen van Nubië stuk voor stuk aan de Nijl. De rivier die “als een snelweg” aldus Steffens noord en zuid verbindt, met daaraan resten van het oude Egypte en resten van Nubische koninkrijken, die vanaf de bronstijd voorkwamen.

Egyptische rijk

In de oudheid was Nubië het handelscentrum tussen Egypte, Centraal-Afrika en de gebieden rond de Rode Zee. Handwerkers van het land hadden zich bekwaamd in het meest verfijnde aardewerk en de Nubiërs kenden een eigen schrift. Catalogus en tentoonstelling schenken de nodige aandacht aan de moeizame verhouding tussen het oude Egypte en de Nubische koninkrijken. Het is vooral de periode tussen 750 en 664 voor Christus, de tijd waarin de Nubiërs Egypte veroverden, die extra belicht wordt. Zwarte Farao’s regeerden toen over het Egyptische rijk. Farao’s die door het hele rijk tientallen tempels en paleizen zouden herbouwen. Ook de ruim 300 (!) piramides herinneren aan hen. Het was een tijd waarin handwerkslieden zich bekwaamden in schitterend Nubisch aardewerk en goud- en zilversmeden uiterst verfijnd werk zouden afleveren. Vele grafvondsten, die op de tentoonstelling te zien zijn, onderstrepen dat.

Pronkstukken

Zo is één van de pronkstukken te bewonderen: een bol van bergkristal met bovenop het gouden kopje van Hathor, de Egyptische godin van de liefde, vruchtbaarheid en muziek. Deze amulet gaat door voor een stuk vernuft van het hoogste niveau. In het midden van de kristallen bol bevindt zich een gouden buisje met daarin hoogstwaarschijnlijk een rolletje goudblad of papyrus met een toverspreuk of een gebed… Ook de prachtige gouden kraag van één van de koninginnen van farao Sjabaka met daarop een gevleugelde godin gaat door voor een meesterstuk. Het is opmerkelijk dat het prachtige masker van koningin Malakaye ten ene male ontbreekt in de catalogus, één van de hoogtepunten van edelsmeedkunst op deze expositie!

Sieraden

De zogenaamde Meroïtische gouden sieraden zoals armbanden, gouden kragen, oorhangers, spiegels en zegelringen dwingen ook nu, bijna drieduizend jaar na dato nog diep respect af! En anders wel de zogenaamde shabti’s kleine figuurtjes gemaakt van travertijn, magnesiet en serpentiet, die meegegeven werden in het graf van een overleden koning. Ofwel om deze te beschermen dan wel om deze te dienen in het hiernamaals.

De Nubische veldtocht van de Egyptische farao Psamtik II

Toen Psamtik II met zijn Griekse huurlingen een eind maakte aan de Koesjitische macht in Egypte, werden vele gebouwen en paleizen vervolgens geplunderd en vernield. Een beeldenstorm brak uit en resten daarvan verdwenen in diepe kuilen. Eén van de weinige nauwelijks geschonden beelden, die Reisner in 1916 vond nabij het tempelcomplex van Gebel Barkal is het boegbeeld van de tentoonstelling en als zodanig te zien op affiches en het boekomslag.

Het einde van het zogenaamde Meroïtische rijk zou rond 350 na Christus ingezet zijn toen de zogeheten ‘barbaarse’ Noba stam het gebied in trok. Deze bracht een nieuwe cultuur met zich mee. In de catalogus wordt aangehaald hoe men vroeger tegen het einde van het Romeinse rijk aankeek, waarbij eveneens vreemde volkeren een wereldrijk ten val wisten te brengen. Decennialange politieke instabiliteit lijkt in Nubië de oorzaak van het einde te zijn. Zowel de tentoonstelling als de catalogus waaraan verschillende internationale experts hebben meegewerkt verdienden de grootste lof. Boek en tentoonstelling: perfecte harmonie!

Koos Schulte