Recensie | Klassieke strips in prachtige integrale bundelingen

JOURE - Meer dan ooit zijn veel legendarische strips terug van weg geweest, zo ze tenminste ooit weg geweest zijn… Door geliefde strips te bundelen en hieraan prachtige dossiers toe te voegen over de verhalen is er een ware hype ontstaan in stripland.

 

Wie wil er nu niet de strips aanschaffen dan wel herlezen in superieure kwaliteit, prachtig gebonden, met veel informatie over de ontstaansgeschiedenis, waarbij ongepubliceerde schetsen en foto’s voor de verlevendiging zorgen. Uit het grote aanbod koos ik de volgende series uit om die onder ieders aandacht te brengen: ‘De Generaal’, ‘Agent 327’, ‘Jan Kordaat’, ‘Luc Orient’ en ‘Nero’.

Peter de Smet: ‘De Generaal gaat integraal 2’. De jaren 1973-1975.

Uitgeverij Personalia Leens. ISBN 978 94 9284 022 6.

 

Peter de Smet was ten tijde van de striptijdschriften ‘Pep’, en ‘Eppo’ één van die tekenaars, die in de jaren zeventig, tachtig, en negentig aan één stuk door zaten te signeren en te tekenen tijdens de legendarische stripdagen in ‘Het Turfschip’ in Breda. Een tekening van De Generaal maakte iedereen, jong of oud, blij! Na het veel te jong overlijden van De Smet op 58-jarige leeftijd taande de belangstelling voor zijn geesteskind. Met de heruitgaven van Personalia is De Generaal echter weer helemaal terug. In deze tweede bundeling zijn 27 korte en lange(re) strips herdrukt. Verhalen, waarin De Generaal steeds probeert de macht te krijgen, maar hierin iedere keer het onderspit delft. Of hij nu als valse munter, Sinterklaas, barman, sollicitant of als olifantberijder de maarschalk probeert te misleiden, geen enkele poging lukt. Dat is en was dan ook juist het aardige dat je als lezer weet dat iedere poging van de Generaal op voorhand al gedoemd is te mislukken!

 

Al lezende kom je tot het besef dat De Smet met zijn ogenschijnlijk o, zo simpele gegeven zijn scenario’s steeds naar een hoger niveau weet te brengen. Zelfs vraag ik me af of de lezers van toen verhalen als ‘De anarchist’ of ‘De sollicitant’ wel wisten te doorgronden… Het is prettig dat de samenstellers van de bundels Erwin Lammerts en Mariella Sormani niet moeilijk hebben gedaan over een verhaal als bijvoorbeeld ‘Het bekende pygmeeënvergif’ waarin we heel expliciete dragers zien voorkomen. De Britten weigeren bijvoorbeeld de jaarboeken in facsimile uit te brengen van Rupert Bear (Bruintje Beer) zodra daar maar één zwarte pop in voorkomt…

 

Deze “tweede Generaal” van de in totaal acht te verschijnen delen ziet er weer fantastisch uit. Slechts één ding bevreemdt mij: één van de drie inkleurders heeft het verhaal te zwaar ingekleurd. Verhaal ‘De huurling’ met zowel zijn pastel- en harde inkleuring is daar een voorbeeld van…

Martin Lodewijk: ‘Agent 327 integraal 2. De jaren 1969-1976’

Uitgeverij L. ISBN 978 90 8886 436 0.

 

Zoals De Generaal bezeten is om de macht te grijpen, zo is Agent 327 er helemaal op gefixeerd om anoniem op zijn bureau te komen. En of hij dat nu probeert in een kinderwagen, springende uit een lelijke eend, of als Hells Angel, herkend wordt hij altijd! Ook deze bundel kent weer een interessant dossier vol foto’s, tekeningen en uitsnedes waarbij de verholen humor niet van de lucht is. We zien bijvoorbeeld Agent 327 probleemloos de douane passeren, waar de musici van de band van Martin Lodewijk juist een pas op de plaats moeten maken: “Willen de “heren” maar even meegaan…”

 

Het is opmerkelijk dat Lodewijk zowel als bladenmaker en initiator van nieuwe strips voor collega’s, en als (strip)tekenaar altijd topkwaliteit heeft weten af te leveren. Zo kent IJzerbroot, alias Agent 327, een vaste groep collega’s waaronder Barend en de Chef, die in de verhalen telkens geruggensteund worden door nieuwe personages, die je als lezer meteen vertrouwd voor komen. Met dit tweede deel van ‘Agent 327 integraal’ in handen kijk je al weer vol verlangen uit naar de nog te verschijnen overige zes bundelingen!

Delporte, Paape & Charlier: ‘Jan Kordaat integraal 3.De jaren 1950-1954’

Uitgeverij Scratch. ISBN 978 94 92117 80 9.

 

Nadat scenarist Yvan Delporte geen scenario’s meer aanleverde voor ‘Jan Kordaat’ omdat hij was toegetreden tot de redactie van ‘Robbedoes’ zou Eddy Paape in het vervolg met de opkomende schrijver Jean-Michel Charlier de serie ‘Jan Kordaat’ voortzetten. Charlier bruiste van energie en zou naast de pilotenstrip‘Buck Danny’, die al liep in ‘Robbedoes’, voor dit blad nog vele succesvolle series opzetten zoals ‘De Beverpatroelje’ en ‘Flip Flink’. De verhalen uit deze lijvige bundel (312 bladzijden inclusief de dossiers!)zijn echte jongensverhalen, die zonder meer tot de meest vooraanstaande uit de jaren vijftig gerekend kunnen worden! ’Het geheim van de Donkerburcht’ is niet alleen qua plot, maar eveneens qua tekenwerk van een erg hoog niveau. Kordaat neemt het op tegen een ruime overmacht, die de Donkerburcht en zijn omgeving weet te overheersen. In ‘De super-gamma straal’ en het vervolg ‘De bevrijding van Prof. Stagmus’ wordt een bejaarde geleerde belaagd door een bende, die hem van zijn plannen wil beroven. Dan verdwijnt de geleerde spoorloos en de politie vermoedt dat de professor door een ongeluk om het leven is gekomen. Jan Kordaat komt er snel achter dat de waarheid zo geweld aangedaan wordt…

 

Een prachtige uitgave op licht getint papier met lijntekeningen van de jonge Eddy Paape, die hiermee meteen zijn meesterproef weet af te leveren! Een prachtige serie, deze Jan Kordaat integraal!

 

Paape & Greg: ‘Luc Orient. Alle avonturen deel 1’

Sherpa. ISBN 978 90 8988 161 8.

 

De nieuwe integraal serie van uitgeverij Sherpa is er eveneens één van tekenaar Eddy Paape. Toen Michel Regnier, die onder het pseudoniem Greg vele stripseries zou opzetten, aantrad als hoofdredacteur bij Tintin/Kuifje in 1965 constateerde hij dat de op dat moment erg geliefde sciencefiction-strip volledig ontbrak in dat tijdschrift. Greg schreef het plot uit van ‘Het dal van de drie zonnen’ waarin hij de intelligente natuurkundige Luc Orient opvoerde als hoofdpersoon die, met zijn baas professor Kala en diens assistente Lora, planeet Terango moet bevrijden van de tirannie van dictator Sectan. In latere verhalen zal hij zich bezighouden met bedreigingen als genetische manipulatie, massahysterie en aanvallen van vreemdsoortige planeetbewoners. In de periode 1969-1994 verschijnen er 18 Luc Orient-uitgaven binnen dit genre van de space opera, die in de komende jaren allemaal in verzamelbundels uitgebracht gaan worden door Sherpa.

 

In tegenstelling tot het tekenwerk van ‘Jan Kordaat’, we zijn nu ook zo’n vijftien jaar later, is Paapes tekenstijl flitsender, schetsmatiger geworden. Dynamiek is immers ook de rode draad in de verhalen van Luc Orient. In het korte dossier dat het boek kent zien we onder anderen de prachtige omslagen die grootmeester Hans Kresse voor Luc Orients eersteling ‘Het dal van de drie zonnen’ maakte toen deze verhalen van de natuurkundige van start gingen in ‘Pep’. ‘Luc Orient’ is een serie die bepaald niet gedateerd aandoet, hoewel we een halve eeuw terug moeten in de tijd. De tijd, die veelal de hartslag vormt in de avonturen van Luc Orient!

 

Marc Sleen: ‘Nero. De Stallaert jaren. Deel 2’

Uitgeverij Matsuoka Antwerpen. ISBN 978 90 02 26382 8.

 

Wanneer Marc Sleen het tekenen er na een kleine vijftig jaar aan geeft, is er maar één ding waaraan hij zich wil wijden: het uitschrijven van scenario’s voor nieuwe stripboeken van zijn geliefde Nero. De tekenaar, die de klus nu van hem gaat overnemen is Dirk Stallaert, die zijn sporen in de stripwereld al heeft verdiend. Tot aan het jaar 2002 zal deze tweeënveertig verhalen tekenen. Deze verhalen van Sleen en Stallaert worden nu in tien lijvige delen gebundeld, zoals ze bestemd waren voor de feuilletonpublicatie in krant ‘De Standaard’. Op getint mat papier en met de heerlijke intens zwart-wit illustraties van de tekenaar.

 

In het dossier van deze bundel besteden de Nero-kenners Yves Kerremans en Noël Slangen uitgebreid aandacht aan de vrouwen van Sleen en Stallaert. Zowel de getekende vrouwen waaronder Madam Pheip als Sleens eigen vrouw Maddy, zijn jeugdliefde. Verder belicht Dirk Stallaert de in deze bundel opgenomen verhalen: ‘Doe de Petoe’, ‘De Kolokieten’, ‘De hond van Pavlov’ en ‘De duivelsklauw’.

 

Wie de Nero-strip niet kent - Nero is bij onze zuiderburen wat Heer Bommel en Tom Poes voor Nederland zijn - kan ik deze van harte aanbevelen. Omdat de verhalen in een Belgische krant voorgepubliceerd werden en sommige situaties erg België gerelateerd zijn, is enige gewenning nodig. Wanneer je echter de verhalen leest komt de wereld van Sleen en Stallaert sprankelend naar voren.

 

Mooiste verhaal in deze bundel vind ik ‘De duivelsklauw’. Nero ontmoet een meisje dat zich voorstelt als Angele en beweert zijn engelbewaarder te zijn. Bij diverse gevaren, die Nero loopt, weet zij hem dan ook voor onheil te behoeden. Nero’s vrouw, die weet krijgt van de engelbewaarder vermoedt dat er meer aan de hand is tussen hem en haar en ze houdt de deegroller al gereed om toe te slaan… Dan willen Ricardo en de duivel Nero er onder krijgen, maar gelukkig is daar Adhemar en dan later nog één keer Angele. ‘Nero, de Stallaert jaren 2’ is een echte Vlaamse strip, die ons noorderlingen zeker zal weten te bekoren!

 

Koos Schulte