Weblog burgemeester Veenstra | Nog verder de crisis uit

Burgemeester Veenstra van De Fryske Marren schrijft wekelijks een weblog. Daarin gaat hij in op zaken die spelen in de gemeente of betrekking hebben op DFM. Hieronder zijn tekst.

Vorige week noemde ik in mijn weblog een aantal positieve ontwikkelingen die ons uit de (corona)crisis helpen. En inmiddels heeft het kabinet bekend gemaakt dat de volgende versoepelingen niet op 9, maar op 5 juni ingingen. Maar bovendien dat de volgende stappen daadwerkelijk worden gecombineerd en op 30 juni van kracht worden.

Zo zijn we aan het begin van de vakantieperiode al een heel stuk verder. Dat geeft, zeker in combinatie met het groeiend aantal mensen dat is gevaccineerd, een goed gevoel. Het is mooi dat we weer vooruit kunnen denken en plannen kunnen maken.

De afgelopen weken heb ik bijvoorbeeld, samen met enkele collega’s, goede gesprekken gehad met de organisatoren van het skûtsjesilen. We gaan er vooralsnog vanuit dat er eind juli, begin augustus, weer gezeild kan worden. Sporten mag immers weer.

Maar sporten is iets anders dan een feest. We zullen daarom duidelijk moeten zijn. Er zullen op basis van de regels van vandaag geen feesten rond het skûtsjesilen georganiseerd kunnen worden. Geen feesttenten, geen mensenmassa’s in de dorpen. Dat zullen we goed moeten regelen met de lokale commissies en de horeca. We rekenen er op dat het kabinet binnen enkele weken duidelijkheid geeft over de voorwaarden voor evenementen in de open lucht. Op dat moment kunnen we definitieve afspraken maken en daadwerkelijk met de voorbereidingen beginnen.

Binnen gemeenten hebben we niet alleen te maken met de coronacrisis. We zitten ook nog middenin een financiële crisis. Op allerlei manieren proberen we aan de regering helder te maken dat de huidige financiële vergoedingen die gemeenten van het rijk krijgen absoluut onvoldoende zijn. Die problematiek speelt al een aantal jaren. Gemeenten hebben inmiddels wel voldoende aangetoond dat het rijk zoveel heeft bezuinigd op (nieuwe) taken die gemeenten hebben gekregen dat het water aan de lippen staat. Willen we de jeugdzorg zo blijven uitvoeren dat jongeren krijgen waar ze recht op hebben, dan zullen we op andere zaken moeten bezuinigen.

De ene gemeente sluit de bibliotheek of het zwembad en de andere bezuinigt op wegenonderhoud of op het eigen personeel. En dat is niet goed. Want goede wegen en de instandhouding van de bibliotheek zijn ook gemeentelijke taken waar de inwoners recht op hebben. Gelukkig zijn er deze week lichtpuntjes. Het kabinet maakte bekend dat het volgend jaar 1,3 miljard euro extra aan de gemeenten geeft voor de jeugdzorg. Er was om minimaal 1,7 miljard gevraagd, maar toch. Dit is een forse stap in de goede richting. Zeker voor een demissionair kabinet dat kennelijk heeft ingezien dat gemeenten niet kunnen wachten tot er een nieuw kabinet is.

Als je heel eenvoudig die 1,7 miljard deelt door het aantal inwoners van ons land dan zou onze gemeente een bedrag van meer dan 3 miljoen euro aan extra vergoeding krijgen. Zo simpel zal de berekening niet zijn, maar het geeft in ieder geval een indicatie. En gelet op de sombere financiële vooruitzichten die het college van burgemeester en wethouders in de perspectiefnota aan de raad hebben aangeboden, zal zo’n extra vergoeding een mooi ‘stik bûter yn de brei’ zijn. Wanneer er binnenkort ook nog een goed akkoord over de herverdeling van het gemeentefonds met het rijk kan worden gesloten dan ontstaat er misschien een financiële situatie die enige ruimte biedt in plaats van een forse bezuinigingsopdracht.

We moeten voorzichtig blijven totdat we de resultaten op papier zien, maar ook in financieel opzicht komen we misschien een stuk uit de crisis.

(Tekst burgemeester Fred Veenstra)