Ingezonden | 'Nederland, het land van gedogen'

LEGEMEER Cathy van de Garde van Landhotel de IJsvogel uit Legemeer stuurde een ingezonden brief naar aanleding van artikel uit de Volkskrant.

Hieronder haar tekst.

,,Met grote interesse las ik de Volkskrant van 1 mei waarin een grote hotelketen met veel genoegen aankondigt dat haar hotelgasten weer van het hotelterras gebruik mochten maken. Uitsluitend hotelgasten, ik las dat goed. Grote keten, prima omzet en weer een goede pr in een landelijk dagblad."

‘Mooi’, dacht ik als kleine hotelier in Friesland. Het terras mag weer open voor mijn gasten. Na 2 maanden van keiharde realiteit (hoge vaste lasten, geen omzet), bood mij dat weer perspectief. Het hoofd kan ook nog maar net boven water gehouden worden en dat geeft mij toch vele slapeloze nachten.

Kortom, het weer werd prachtig en alle gasten wilden graag op het terras zitten, maar ik twijfelde toch. De overheid is en was vrij duidelijk: Terrassen open per 1 juni, 12.00 uur.

Maar hoe zit dat dan met de hotels die al enige tijd de terrassen open hebben?
Ik vroeg het de gemeente en de ambtenaar begreep mijn twijfels, en twijfelde zelf hoorbaar ook.

Mijn verdere motivatie was tevens dat ik maar een klein hotel heb, 21 kamers en nog niet zo’n hoge bezetting. Die paar mensen op het terras in een provincie waar er weinig Coronagevallen gemeld zijn. Wat zou het probleem kunnen zijn?

Een hotelier, die de omzet zeer hard nodig heeft. Na overleg leek het erop dat het terras openen toch nog best een optie was en dat was maar goed ook.

Zo kreeg ik gasten die vakantie vierden in eigen land. Ze waren zo’n beetje van stad naar stad en van dorp naar dorp getrokken. Overal waar ze geweest waren hadden ze bij het desbetreffende hotel op het terras gezeten, van Texel tot Wassenaar.

De zon stond hoog aan de hemel en vanzelfsprekend wilden ze op het terras zitten met een lekker gekoeld wijntje. Zij genoten en ik genoot met ze mee. Dit is waarom ik dit vak heb gekozen; mensen een fijn, warm en plezierig verblijf geven en met een onvergetelijke herinnering huiswaarts laten keren.

Hoe wrang was het dan ook dat ik de handhaving op bezoek kreeg, omdat ze al een aantal keren langs mijn, overigens totaal afgelegen, hotel waren gereden en daar een paar gasten op het terras hadden zien zitten. Of ik wist dat ik op de bon geslingerd zou gaan worden? Of ik mijn terras ogenblikkelijk wilde ‘schoonvegen.’ Met een brok in de keel verzocht ik de gasten de drankjes mee te nemen naar de kamers en ruimde ik de tafels op, alsof het seizoen alweer op zijn einde was gekomen.

De tranen stroomden over mijn wangen. Vooral door de manier waarop. Ik vroeg ze of ze wisten hoeveel terrassen bij hotels al open waren en of ze de Volkskrant gelezen hadden, waar een hotelketen het terras al wekenlang weer open had. Het maakte ze niet uit. De volgende keer zou ik € 4.000,- moeten betalen.

Totaal verbouwereerd kreeg ik nog als reactie dat iedere provincie een eigen veiligheidsregio heeft en dat zij hun eigen regels maken. Eigen regels? Ik dacht dat de overheid heel duidelijk was geweest. Of zoals de man zei: ‘De ene gemeente tolereert het en de andere niet.’ Ofwel, de ene gemeente denkt mee met de ondernemers, de ander niet. Daar waar een groot aantal hotels dus al een maand kan teren op het mooie weer en dus klandizie op het terras, kan ik naar die broodnodige omzet fluiten.

Hoe kan de overheid dit verklaren?

(Tekst Cathy van de Garde, eigenaar Landhotel de IJsvogel)