Ingezonden | 'Verander Burgemeester Krijgerplein in Truitjezijl'

LEMMER - ,,Bij twijfel niet inhalen, dat zou ook van toepassing kunnen zijn bij het debat in Lemmer over de naamgeving van het huidige Burgemeester Krijgerplein", mailde Theo Huisman naar de redactie. Zijn 91-jarige schoonmoeder kwam met een initiatief voor een nieuwe naam. Huisman mailde de brief die naar het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren is gestuurd.

Lees hieronder de ingestuurde tekst:

,,Mijn schoonmoeder, een 91-jarige Lemster, is in maart 1929 geboren als Akke Rinske (Agatha Regina) Wierdsma. Zij mengt zich in het debat over de naamgeving voor het hart van Lemmer. Haar keuze wordt vanuit het verleden ingegeven.

 

 

In het inmiddels verre verleden lag daar waar nu het Burg. Krijgerplein is, een brug over de Lemster Rien naar het Tjeukemeer. Deze brug in het hart van Lemmer heette; Truitjezijlbrug en dat  klinkt wel heel erg als een historische Lemster naam. 

Als je voor het centrum van je geboorteplaats een naam moet zoeken dan wordt vaak aangesloten bij oude gebeurtenissen of namen. De naam van burg. Krijger wordt belast door het verleden. ‘Markt’ zoals sommigen voorstaan is niks van Lemmer. Het heeft geen historische bedding die beklijfd is.  

Haar voorstel is dan ook om als benaming voor het plein te kiezen voor Truitjezijl analoog aan Tacozijl. De naam Truitjezijl komt van: Truitsjesyl, Truyckensgat, of Truytiesgat genoemd naar een kolk of wiel bij Lemmer.

Aan deze brug is ook nog een anekdote verbonden. Voor Wereld Oorlog II, waren veel mensen zonder werk die bij de inpoldering van de Noord Oost polder hun bestaan vonden. Ze kwamen overal vandaan, zelfs vanuit België. In het weekend moesten de zinnen worden verzet en ging men naar Lemmer om een pintje te halen.

Vanuit de polder liep men langs de oude zeedijk naar het centrum. Nu kon het gebeuren dat er spanningen waren tussen de polderwerker en de Lemsters. De Lemsters trokken dan de Truitjezijlbrug op en blokkeerden de polderwerkers. Deze namen het niet en begonnen te gooien met modderkluiten en stenen en als er geen munitie meer voor handen was gooiden ze met hun schoenen en klompen. Vrouw Bootsma van de Gôlles, overzag het strijdperk, vouwde haar schort en zamelde al het schoeisel in met de opmerking 'er altijd wat van te gebruiken'."