Recensie | Oorlog na oorlog…

JOURE – De loop van de geschiedenis bewijst dat oorlogen aan de orde van de dag zijn. Momenteel hebben we de hausse aan boeken die gerelateerd zijn aan de Tweede Wereldoorlog, om vervolgens door te gaan met zaken van alle dag.

Ook in stripverhalen komen we oorlogen in allerlei varianten tegen. Op dat gebied hierbij enige nieuwverschijningen.

Philippe Thirault & Enea Riboldi: ‘De Zeearend 1. Atlantische Oceaan 1916’. Uitgeverij Silvester. ISBN 978 94 6306 602 0.

Thirault tekende op scenario van Riboldi een verhaal dat zich afspeelt halverwege Wereldoorlog I, om precies te zijn in 1916. Het schip de Seeadler, ooit een bestaande Duitse klipper, vaart onder Noorse vlag onder kapitein Hugo von Krüger. De kapitein stelt zich ten doel koopvaardijschepen tot zinken te brengen, om zo de bevoorrading van de geallieerden te verstoren. Voorop staat echter dat er geen slachtoffers mogen vallen! Wanneer de Franse schoener Antonin geënterd wordt om vervolgens een droefgeestig einde te vinden op de bodem van de oceaan, belandt de bemanning aan boord van de Seeadler. Er ontstaat een romance tussen Von Krüger en Française Pénélope de Luynes. die het zwaar te verduren krijgt wanneer ze verneemt dat de Fransen willen overgaan tot muiterij…

Een intrigerend verhaal over een tijd waarin zowel zeilschepen als stoomfregatten de zeeën bevoeren. Het personage Von Krüger is gebaseerd op de Duitse graaf Felix von Luckner, ooit de gezagvoerder van de Seeadler. Een spannende strip, in warme tinten weergegeven, waarvan we binnenkort het afsluitende tweede deel mogen verwachten.

Philippe Thirault & Jorge Miguel: ‘Shanghai Dream 1. Exodus 1938.’ Uitgeverij Silvester. ISBN 978 94 6306 567 2.  

Ook in dit boek is het scenarist Philippe Thirault, die de lezer meeneemt naar voorheen, naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Regieassistent bij de UFA-filmstudio’s in Berlijn Bernhard en zijn vrouw Illo Hersch zijn van joodse komaf. Wanneer zij op 9 november 1938 de Kristallnacht meemaken, het grootschalig begin van de joden hetze, besluiten ze naar Shanghai uit te wijken. In de internationale wijk hopen ze enige tijd te kunnen werken aan hun filmplannen om vervolgens naar Amerika te emigreren. De reis met SS Potsdam wordt een fiasco, zeker wanneer Illo op het laatste moment besluit terug te keren naar haar ziekelijke vader. Dit wordt voor haar het begin van het einde.

De realistische tekenstijl en het heldere scenario staan garant voor een levensecht verhaal, dat een extra dimensie krijgt door zwart-wit beelden van een door Illo geschreven scenario, in een wereld die aan chaos ten prooi valt. Binnenkort komt het tweede en laatste deel uit van het emotionele ‘Shanghai Dream’.

Pom: ‘Piet Pienter en Bert Bibber. Integraal 1’. Matsuoka. ISBN 978 90 02 27072 7. 

Op 16 november 1919 werd in Berchem nabij Antwerpen Jozef van Hove geboren. Na een strenge jeugd behaalde hij in de oorlogsjaren in Duitsland zijn ingenieursdiploma ‘hoogfrequente radiotechnieken’, werkte hij enige tijd voor Blaupunkt, en vernam hij eenmaal terug in Vlaanderen dat zijn diploma weinig voorstelde “omdat er een Duitse adelaar op stond.” Van Hove bleek een kundig tekenaar te zijn en pas getrouwd met Maria van Sintjan mocht hij in de vroege jaren vijftig dagelijks illustraties maken voor Het Handelsblad. Doordat de meeste kranten een dagelijkse strip gingen opzetten voor de jeugdige lezers, deed Van Hove ook een poging, die resulteerde in de strip ‘Piet Pienter en Bert Bibber’. De redactie was zo enthousiast dat de strip dagelijks mocht verschijnen.

Als auteur gebruikte Van Hove niet zijn echte naam maar het pseudoniem Pom. Zo begon op 16 april 1951 ‘Het vredeswapen’. Het verhaal was gebaseerd op de twee wereldoorlogen. Piet, uitvinder-ingenieur, en Bert, korporaal in het Velonische leger, leren elkaar kennen in de gevangenis. In hetzelfde jaar verscheen ‘Het gestolen vredeswapen’. Tot mijn spijt is dit “vergeten werk” niet in deze uitgave geïntegreerd. Misschien is er nog een compromis mogelijk om het alsnog in één van de latere delen te publiceren! Nb.:  de verhalen 3 tot en met 9 zouden later ten dele verwerkt worden in nieuwe avonturen voor De Gazet.

Al snel bleek dat de lezers de heldere klare lijn-stijl van Pom erg op prijs stelden. Een stijl waar hij als kind al dol op was wanneer hij het tekenwerk van Hergé (Kuifje) onder ogen kreeg.  Na enige jaren geraakte Het Handelsblad in financiële problemen, kreeg Pom zijn ontslag, en kon hij in 1955 zijn strip voortzetten in de grotere Gazet van Antwerpen. Hij overleed op 2 mei 2014 in de bossen van Nijlen nabij Antwerpen.

In het dossier dat voorafgaat aan de vijf verhalen in deze volumineuze band krijgen we een beeld van een bevlogen, soms ietwat onzekere illustrator, waarvan zijn handelsmerk de witte stofjas en pijp waren. Als hij per ongeluk een gesprek had toegezegd, was hij op van de zenuwen en niet te genieten. Hij deed geen signeersessies en verscheen niet in het openbaar om zijn werk te promoten. 

Wie de avonturen van Pienter en Bibber nu leest, krijgt precies datgene wat in de jaren vijftig als het summum van spanning werd gezien: het onderscheppen van een drugsbende, die het voorzien had op cocaïne, Inca-schatten, valse munters, piraterij, reizen door de binnenlanden van Afrika.

Op de tekenstijl van Pom en de bijzondere effecten die hij in zijn tekeningen verwerkte kom ik in een volgende recensie terug. Voor de komende maand staat namelijk al het tweede deel van deze integrale gepland. Schitterende avonturen voor jong én oud!

Hanco Kolk & Peter de Wit: ‘Gilles de Geus. De eerste integrale’. Matsuoka. ISBN 978 90 02 27027 7.  

Al even fraai als ‘Piet Pienter en Bert Bibber’ is de uitvoering van het eerste deel van ‘Gilles de Geus integraal’, zij het dat het dossier aanmerkelijk uitgebreider is met een bestand van 42 pagina’s (!). Omdat de strip liep in stripblad ‘Eppo’ en diens opvolgers zoals ‘Eppo Wordt Vervolgd’ is Gilles in kleur uitgegeven.

Het was Hanco Kolk, die in 1983 Gilles de Geus opvoerde in voornoemd blad. Gilles was aanvankelijk een struikrover, die vanuit de oude molen van Dubbeldam opereerde ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. In de korte verhalen leren we hem kennen als een niet al te snuggere, maar wel gespierde held, die met weinig tevreden is, al was het maar een trommel.

Na enige jaren betrok Hanco zijn collega Peter de Wit bij de strip door hem te vragen de scenario’s te schrijven. Het resultaat was dat Gilles in het vervolg langere avonturen beleefde en niet meer als struikrover “zijn geld verdiende”. Als lid van de Geuzen onder leiding van Willem van Oranje zou hij zich verzetten tegen de Spaanse bezetters en de wrede hertog van Alva. Gilles wordt onder Peter de Wit intelligenter, de strip kent meermalen dubbele bodems, en eigentijdse gebeurtenissen lijken terug te keren naar de tijd van Gilles. Zodoende wordt Gilles vaak vergeleken met Asterix, zij het dat het tijdvak van de geus totaal anders is. Het is aardig dat de typografie van Gilles geleidelijk aan overeenkomsten gaat vertonen met die van de Galliërs. Vet aangezette, dan wel langgerekte woorden getuigen dat.

Grappig in het korte verhaal ‘Brrrrr’ is het taalgebruik. Kolk voert een boer op, die van Friese komaf zou moeten zijn. Zo heeft deze het over “Met die stadse heer’n kan oe pret hebb’n, heur!” om te eindigen met “’n Vuurske op ’t Sneekermeer…” Een soort Gronings - Twents…  

Wie de korte verhalen in ‘De struikrover’ en de langere ‘De Spaanse Furie’ en ‘Storm over Dubbeldam’ leest, krijgt in de gaten dat Gilles eigenlijk “een vergeten klassieker” genoemd mag worden. Gaandeweg krijgen de verhalen meer body en wanneer aan het einde van ‘Storm over Dubbeldam’ de opvarenden, waaronder Gilles,  op een vlot ronddobberen, wil je meteen weten hoe het avontuur afloopt. Avonturen, die hun beslag krijgen in de twee vervolgdelen, die tezamen de complete Gilles gaan uitmaken. Het dossier van Ronald Grossey en de vormgeving van het boek van de hand van Rudy Vrooman zijn weergaloos! Avonturen getekend door Hanco Kolk en Peter de Wit, die in de Leeuwarder Courant dagelijks hun gagstrip ‘Single’ publiceren.

Koos Schulte