Gereformeerde kerk Lemmer sluit na bijna 130 jaar de deuren

LEMMER - De gereformeerde kerk aan de Nieuwburen in Lemmer stond zondag na bijna 130 jaar in het teken van de allerlaatste kerkdienst. Vanaf nu worden de diensten gehouden in de Tjserke oan it Dok.

De dienst begon om half tien en stond onder leiding van emeritus predikant ds. E. van der Sluis te Joure, die van 2005 tot 2014 predikant was van de Protestantse Gemeente i.w. te Lemmer.

Het orgel werd bespeeld door Dick Steenstra, die in de gereformeerde kerk van Lemmer meer dan zestig jaar organist was. In deze Tweede Adventsdienst stond ook de sluiting van het kerkgebouw centraal, wat onder meer uitkwam in de gezongen liederen en in de lezingen, die genomen waren uit Openbaring 22 de verzen 1 tot 5, Mattheus 3 de verzen 1 tot 3 en uit Micha 4.

De predikant introduceerde het ten gehore gebrachte gezongen lied ‘Vrede’ van de bekende Friese dichter, schrijver en politicus Fedde Schurer (1898-1968) – eens lid van de Gereformeerde Kerk te Lemmer – met te verwijzen naar het feit ‘dat Schurer in de gemeente van Lemmer heel wat meegemaakt heeft’, maar dat hij na zijn overlijden door de kerkenraad gelukkig gerehabiliteerd werd, ‘anders hadden we dit lied nooit kunnen zingen’.

‘Met pijn in het hart’

In de overdenking herinnerde de predikant eraan dat je, als je ouder wordt, altijd wel eens iets dierbaars achtergelaten hebt, een plek, een streek, een huis, een bedrijf of – Lemmer ligt aan het water – een schip. Op bezoek bij schippers of hun weduwen kwam het gesprek altijd wel even op het schip. ‘Aan wal gaan’ is dan ‘iets achter je laten’. Verhuizen is ergens anders naar toe gaan. Dat gaat vaak gepaard met gemis en pijn.

,,Iets vergelijkbaars maken we vandaag mee. We verlaten met pijn in het hart deze plek, die velen van ons heel dierbaar geworden is. Zoveel herinneringen liggen hier. Positief, maar ook wel negatief, denk aan Fedde Schurer of aan andere dingen die de schoonheidsprijs niet verdienden, zoals in vergaderingen; wij kunnen er wat van! Maar toch overwint vandaag de beginnende heimwee. Ik heb er ook last van. Dit is een gebouw met karakter. Ik mocht hier graag voorgaan. Hier hebben ook ingrijpende dingen plaatsgevonden, dopen, belijdenis, trouwen en rouwen. Er is dan ook lang nagedacht om het ingrijpende besluit te nemen om deze kerk te verlaten en niet meer voor de erediensten te gebruiken. Het was een onafwendbare pijnlijke beslissing. Dat dit diep ingrijpt heeft ook te maken met het tijdelijk karakter van alles in het menselijk bestaan”.

‘Niets is blijvend’

,,Niets is hier blijvend. Alles, ook deze plek, waar we bijna 130 jaar God gediend hebben, is een tijdelijke plek. En het is een gewijde plek. Ook in de Bijbel worden we er telkens mee geconfronteerd: denk aan de tabernakel die meegezeuld werd door de woestijn. Het was een tijdelijk onderkomen, net als de Tempel van Salomo én de latere tempel waarvan nu alleen de Klaagmuur nog rest. Die plekken kenmerken zich door wijding en die wijding kenmerkt zich door voorwerpen. Symbolen die naar de Eeuwige verwijzen. Het is niet zomaar wat, als we straks de liturgische voorwerpen uitdragen naar de ‘Tsjerke oan it Dok’. Het is een plechtige uittocht. We trekken daarna verder door de woestijn van het leven.”

,,Volgende week is er feitelijk niets veranderd. We zijn alleen een stukje verder. De plaats doet er op zich niet zoveel toe. Als de liturgische attributen, hier om ons heen, toegevoegd worden aan die in de andere kerk, dan is dat een teken van verdergaande eenwording. We hopen en bidden dat dan de tijd aanbreekt, dat u zich in werkelijke eenheid door God de weg zult laten wijzen. Als ingewijde buitenstaander wens ik u toe, dat u samen met uw nieuwe predikant steeds weer ontdekt dat God met u meetrekt door uw leven en door de tijd. Ook al de komende week.”

In het gebed werd gebeden voor hen ,,die er in het bijzonder veel moeite mee hebben, omdat een heel stuk van hun leven hier ligt. Naar hen gaan onze gedachten uit, voor wie zoveel veranderen gaat. Ga met ons mee wanneer we in een stoet deze kerk zullen verlaten. Ga met ons mee het leven van alle dag in. Wees met de kerkenraad van deze bijna gefuseerde gemeente, dat ze de kracht moge blijven voelen, na aftobbende jaren, om door te gaan bij het licht van uw Geest”.

Na de slotzang werden de liturgische attributen verzameld en de gereformeerde kerk aan de Nieuwburen uitgedragen, gevolgd door de gemeente, die in een stoet op weg ging naar de Tjserke oan it Dok, de kerk aan het Dok, waar in het vervolg de diensten gehouden zullen worden. “De paaskaars uit onze kerk zal ook in de andere kerk blijven branden”.

Na de ‘uittocht’ van de gemeente – onder het zingen van lied 419: ‘Wonen overal, nergens thuis’ – sloot kerkrentmeester Keulen de kerkdeur.

Bron: GereformeerdeKerken.info