Recensie | De Bauhaus-jaren verbeeld in lijvig boek

Joure - Honderd jaar geleden werd het Bauhaus opgericht door architect Walter Gropius in Weimar. Slechts veertien jaar zou de kunst- en ontwerpschool bestaan waarna deze opgeheven werd door de Nazi’s.

Tentoonstellingen in Weimar, Dessau en Berlijn en in ons land in Museum Boijmans van Beuningen te Rotterdam besteden aandacht aan deze gebeurtenis. Meerdere boeken besteden er momenteel aandacht aan. De catalogus van het museum te Rotterdam legt daarbij het accent op de invloed van de Nederlandse kunstenaars tijdens en na de periode van het Bauhaus. Uitgeverij Taschen geeft de jaren van het Bauhaus-bestaan in Duitsland weer in een vele kilo’s zwaar en 400 pagina’s dik boek.

Magdalena Droste: ‘Bauhaus 1919-1933’

(Engels). Taschen ISBN 978 3 8365 7282 8.

Auteur Magdalena Droste studeerde geschiedenis en architectuur in Aken en Marburg, om in 1980 voor het Bauhaus-archief in Berlijn aan de slag te gaan. Momenteel is ze hoogleraar kunstgeschie-denis aan de universiteit van Cottbus. Ze heeft zich gespecialiseerd in de geschiedenis van het Bauhaus en daar diverse publicaties aan gewijd. Dankzij haar jarenlange bemoeienis met het in 1960 nog door Walter Gropius opgezette Bauhaus Archief en Design Museum in Berlijn kent zij als geen ander alle voorwerpen, materialen en achtergronden van deze kunstrichting en haar vele vertegenwoordigers. Op chronologische wijze zet zij de historie rond het Bauhaus dan ook uiteen.

Het ontstaan van de revolutionaire kunst- en ontwerpschool Bauhaus

Na de zo desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog voelen veel Duitse jonge mensen zich onzeker. Ze denken aan de toekomst, aan een verbeterde wereld! Ook architect Walter Gropius deed dat. Terwijl de oorlog nog in alle hevigheid woedde en hij in de loopgraven vertoefde, stond zijn ideaal hem steeds helderder voor de geest. Zodra de tijd daar was zou hij een opleiding beginnen met vooraanstaande kunstenaars en architecten, die met hem wilden vernieuwen. Als architect en industrieel ontwerper had hij voor de oorlog al naam gemaakt door fabrieken te ontwerpen waarvan de wanden grotendeels uit glas bestonden.

In 1919 richtte hij in Weimar het Bauhaus op waarbij ze de kunstacademie, die ontworpen was door de Belgische architect Henry van de Velde, die tot 1914 directeur was van de kunstacademie en kunstnijverheidsschool, mochten betrekken. Gropius had tal van kunstenaars, de “vormmeesters” zoals hij ze betitelde, van naam aangetrokken ten faveure van zijn school. Zo waren daar Paul Klee, Wassily Kandinsky, László Moholy-Nagy en Oskar Schlemmer, die deel mochten uitmaken van het kunstzinnige lerarenkorps. Idealisme, vernieuwing, gaan voor maatschappelijke veranderingen, en begaan zijn met de industriële ontwikkelingen stonden voor hen centraal. In het Bauhaus was ook plaats voor nevenstromingen. Theo van Doesburg kreeg bijvoorbeeld enige jaren de gelegenheid zijn kunstrichting, ‘De Stijl’, over te dragen op de studenten van het Bauhaus. Zo onderging het Bauhaus invloeden van buitenaf, maar zou het op zijn beurt weer andere kunststromingen beïnvloeden…

De doelstellingen van het Bauhaus

In de rijksschool voor architecten, kunstenaars en industrieel ontwerpers van Gropius kregen de studenten de mogelijkheid een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. Een gedegen ambachtelijke opleiding, het scheppen van hoogwaardige technische en esthetische producten, het accent op de functionaliteit hiervan, betaalbare producten afleveren, samenwerking om tot een “gesamtkunstwerk” te komen en het integreren van kunst in het dagelijkse leven stonden in het Bauhaus voorop.

De Vorkurs

Het was Johannes Itten, een Zwitser, die een introductiecursus voor de aankomende studenten opzette: de Vorkurs. In de eerste periode van hun opleiding werden zij verplicht om te experimenteren met vorm, materiaal en kleur om zo de traditionele opvattingen te kunnen loslaten. Dit experimenteren leidde er voor veel studenten toe dat ze op een gegeven ogenblik een keuze konden maken met de richting die zij wilden opgaan. Het renaissance-ideaal van de ‘uomo universale’ werd aldus nagestreefd. Het was dankzij deze Vorkurs bijvoorbeeld denkbaar dat iemand vooraf zou kiezen voor beeldhouwen, om uiteindelijk als glazenier zijn brood te gaan verdienen.

Gropius stelde de architectuur voorop , zodat de vakken vorm- en kleurenleer, compositieleer, tekenen, schilderen, beeldhouwen en kunstkennis aangevuld moesten worden met les in metaal- en houtbewerking, weven, keramiek, glas-in-lood, fotografie, reclame, grafische vormgeving, meubelmaken, theatertechniek en toneelspel. Bauhaus was geïnspireerd op het Middeleeuwse gildensysteem: bij de school kwam een studentenflat te staan zodat er een sociale leefgemeenschap ontstond. Hoewel mannelijke en vrouwelijke studenten gelijke kansen zouden moeten hebben, werd dit in de praktijk niet altijd gerealiseerd. Met name de vrouwen werden wel eens een kant opgestuurd, die ze eigenlijk niet wilden. Koos een studente voor bijvoorbeeld metaal, dan kon het zijn dat de vormmeesters beslisten dat het beter was wanneer ze voor het weven zou kiezen…

Te modern en… te links

De conservatieve regering in de jaren twintig, dertig vond de eerste producten van de Bauhausstudenten veel te modern. Het democratische ideaal vond men te links, te communistisch, zodat besloten werd Weimar te sluiten. In 1925 werd de school naar Dessau verplaatst waar Ludwig Mies van der Rohe de nieuwe directeur werd. Het nieuwe gebouw werd ontworpen door Gropius in skeletbouw met veel glas, licht van kleuren en geometrisch van vorm. Een prachtig voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, dat ook nu nog steeds modern aandoet.

Het einde van de kunststroming Bauhaus

Toen de nazi’s in 1931 de gemeenteraadsverkiezingen wonnen, besloot de leiding van de school het jaar daarop uit te wijken naar Berlijn. In 1933 besloot de Gestapo dat het Bauhaus moest worden opgeheven. De school werd door hen versleten als “een marxistische kerk” waar “Entartete Kunst” hoogtij vierde.

Veel kunstenaars, leraren en studenten, verlieten op dat moment halsoverkop Duitsland waarbij velen zich in de Verenigde Staten vestigden zoals Walter Gropius, die uiteindelijk hoogleraar aan de Harvard-Universiteit werd. Ook bleven velen in Nederland hangen.

Het boek

‘Bauhaus 1919-1933’ is een zwaar, kloek boek dat op schitterende wijze opkomst en ondergang van de kunststroming verbeeldt. Foto’s van keramiek, personen en gebruiksvoorwerpen alsmede affiches, ontwerpen, bouwtekeningen, diploma’s, stoffen, catalogi, enzovoorts, geven op heldere wijze inzicht in de gedrevenheid van de studenten en hun scheppingen in de tijd dat ze hier studeerden. Nog dagelijks zijn er ideeën vanuit het Bauhaus, die in architectuur en interieurs van openbare gebouwen zijn terug te vinden, hoewel Het Staatliches Bauhaus uiteindelijk maar veertien jaar heeft bestaan. De drie invloedrijke directeuren, Walter Gropius, Hannes Meyer en Mies van der Rohe hebben ieder een stempel op de beweging gedrukt. In ‘Bauhaus 1919-1933’ is dat duidelijk waarneembaar.

Een pracht uitgave over één van de meest vooraanstaande kunststromingen uit de twintigste eeuw!

Koos Schulte