Meimeringen | Buurvrouw Richt

Lange tijd woonde ze naast mijn ouders en later werd ze dus ook op een kleine afstand mijn buur: buurvrouw Richt. Klein en fragile vrouwtje, maar als ze haar mond opendeed wist je: met haar valt niet te spotten.

Dat kon ook bijna niet anders: tientallen jaren een eigen kroeg gehad met haar man en zoon of zonen en dat is niet voor watjes. Geloof ik dat ze op eigen houtje een grote kerel aankon? Ja, dat geloof ik oprecht. Met haar schelle stemgeluid (misschien wel in die tijd ontwikkeld) was ze niet te missen. Vond ze zo’n leven altijd even leuk? Daar ben ik nooit helemaal achter gekomen; het leek alsof ze het leven droeg zoals het kwam.

Maar wij kenden vooral die andere kant van buurvrouw Richt. Bauk must nou es hore juh, zei ze dan tegen mijn moeder. En dan kwam er weer een prachtig verhaal of een anekdote. Gewoon over de heg of nadat ze even had aangebeld. Of ze zei: Wiebe juh, hoor es.’ Of ze kwam informeren hoe het ging. Kwam langs met een bloemetje of wat te eten. Toen haar boom van een vent ziek werd (hij had niet voor niets de bijnaam Lange) was dat een drama. Maar de kleine fragiele buurvrouw sloeg zich ondanks alles er toch doorheen. Vond - had ik het idee - troost in de (klein)kinderen en ging voort met het leven.

Gisteren zag ik opeens haar overlijdensbericht. Het leken haar eigen woorden wel (misschien waren ze dat ook wel). Van nuchterheid over hoe het leven nu eenmaal gaat tot dat er soms echt niks meer aan is als het allemaal niet meer wil. De laatste keer dat ik haar sprak, had haar gesprek een zelfde toon. Ze was niet zo heel expliciet, maar ik merkte wel dat het allemaal niet zo fijn meer ging. In mijn beleving kleine vrouw met een groot hart en groot doorzettingsvermogen. En een groot vermogen om te accepteren wat er is en niet wat er niet is. Moge dat nu vooral dan rust zijn.

Meisje (www.meisjelemmer.blogspot.com)