De Ontmoeting: Melcher Frankema

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Melcher Frankema aan het woord. Melcher ontwikkelt samen met Max en Niels een draagbaar infuus.

Wie ben je?

‘Mijn naam is Melcher Frankema, ik ben 24 jaar oud en woon in Groningen, maar ben geboren en opgegroeid in Lemmer. Momenteel studeer ik rechten aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Het University of Groningen Centre of Entrepreneurship biedt ieder jaar een extra-curriculaire cursus aan en ik besloot die te volgen om wat over ondernemerschap op te steken en te kijken of het wat voor mij zou zijn. Tijdens een presentatie werden ideeën getoond over wat je dan zou kunnen gaan doen als ondernemer. Op een van de dia’s kwam een plaatje van een infuuszak die met tape onder een arm was gebonden voorbij en op de een of andere manier liet dat beeld mij niet meer los.’

Wat heb je toen gedaan?

‘Ik vroeg aan de organisatie wie die foto had gemaakt en toen kwam ik in contact met professor Bart Verkerke, professor biomedische productontwikkeling. Een andere jongen, Max, afgestudeerd geneeskundestudent, had precies hetzelfde gedaan. Wij besloten koffie te drinken, ook met Bart Verkerke en hij gaf aan dat hij geen tijd had om het idee uit te werken, maar dat het misschien wel wat voor ons zou zijn. Hij bracht ons ook in contact met Niels, student biomedische technologie, en toen waren we een team dat aan de slag ging om dit idee van een draagbaar infuus uit te werken.’

Waar staan jullie nu met het project?

‘We zijn nu negen maanden verder en hebben inmiddels een stuk of zes prototypes gemaakt die wij binnenkort gaan testen in het UMCG. Niet met de infuusnaald in de arm, maar met als doel om erachter te komen wat de patiënten ervan vinden. Wat beleef je? En voor de artsen: wat vind jij van het prototype? En wat je zou je er anders aan willen? Ook zijn we bezig met marktonderzoek, kijken we naar potentiële partners om mee samen te gaan werken en onderzoeken we hoeveel patiënten er precies belang bij hebben en waar een product aan moet voldoen om opgenomen te worden door een ziekenhuis.’

Jullie wonnen onlangs ook de derde prijs bij de Medische Inspirator Prijs

‘Ja, klopt. Daar zat een bedrag van 25.000 euro aan vast. Dat geld gaan we gebruiken voor de ontwikkeling van het prototype. Dat is ontzettend duur. Het proces van een prototype bouwen, vervolgens dat testen met patiënten en dan vervolgens met die data wat gaan doen en weer een nieuw prototype bouwen. Het geld gaat dus vooral naar de productontwikkeling.’

Wanneer hopen jullie dat het draagbaar infuus op de markt komt?

‘Zoals het nu lijkt, willen we het over twee jaar op de markt hebben. Maar dat is moeilijk in te schatten. Je weet niet of je nog technisch tegen problemen aanloopt of dat op dat moment de markt er net niet op zit te wachten of dat er geen budget voor is. Er zijn veel dingen die je niet in eigen hand hebt. We willen in ieder geval zo snel mogelijk een goed product hebben. Als we vol doorwerken, dan zou twee jaar een mooi doel zijn om daar naartoe te werken.’

Wat willen jullie bereiken?

‘Het belangrijkste doel is dat patiënten, wereldwijd, het bed uit komen. Dat ze vrij zijn in het ziekenhuis om te bewegen en meer gaan bewegen zodat ze eerder herstellen. Maar een doel is ook dat patiënten zich minder patiënt voelen. Zo’n paal neemt ook een bepaald stigma met zich mee, van ‘ik ben patiënt’. Als je een goed vormgegeven tasje hebt dat licht is en een slim pompsysteem heeft, dan voelt je hele ziekenhuisbezoek als patiënt al anders. Dat is het einddoel. Daarom zeggen we ook: we gaan niet alles zelf doen. Nee, elke hulp die we aangeboden krijgen, pakken we met beide handen aan. Want het doel is om te zorgen dat die patiënten worden geholpen.’ Mieke van Veen

Auteur

Redactie