De Ontmoeting: Esther Eggink

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Esther Eggink aan het woord. Esther schildert portretten in opdracht en maakt vrij werk.

Wie ben je?

‘Mijn naam is Esther Eggink, ik ben 56 jaar en ik woon in Lemmer. Toen ik 18 was, ben ik naar de kunstacademie gegaan in Arnhem. Daar is het allemaal begonnen. Ik vond mezelf nog wel wat jong, dus heb eerst een hele tijd wat anders gedaan. Zo’n vijf of zes jaar later ben ik een restauratieopleiding gaan doen in Amsterdam. Restauratie van glas en keramiek. Ik heb een restauratieatelier aan huis gehad, maar dat vond ik saai worden en het schilderen begon weer te kriebelen. Toen ben ik weer gaan schilderen. Dat is zo’n tien jaar geleden. Het is een hele rare omweg geweest.’

En nu heb je een eigen atelier in Oosterzee?

‘Ja. Zo’n acht jaar geleden ben ik ook begonnen met lesgeven aan het It Toanhûs in Joure. En het was zo’n twee jaar geleden dat ik dacht: ik heb weer nieuwe input nodig. Ik ben toen een portretschool gaan doen in Amsterdam. Die heb ik afgelopen mei afgerond. Ik had altijd een atelier aan huis en nu sinds juli heb ik een eigen atelier in Oosterzee en sinds ik dat heb, loopt het als een trein.’

Waarom schilder je portretten?

‘Ik heb altijd mensen getekend en geschilderd. Ik ben van huis uit echt een tekenaar en vind het heerlijk om te tekenen, maar altijd mensen. De mens boeit me. Dat kan op allerlei manieren zijn. Als ik een boek lees en ik word er door gegrepen, dan kijk ik op de achterkant naar de foto van de schrijver en denk ik vaak: die moet ik gewoon schilderen. Als ik naar een toneelstuk ga en ik zie een bepaald beeld, dan kan ik daar ook van onder de indruk raken. Ik vind mensen die roken ook zo mooi om te zien. Ik ben geen voorstander van roken, maar vind het prachtig om mensen te zien roken. Als ik een opdracht krijg, dan vind ik het altijd leuk om te voldoen aan wat de opdrachtgever wil, maar dan ook nog dat van mezelf erin te leggen, een stukje eigen stijl. Dat is een mooi spanningsveld.’

Hoe zou je je eigen stijl omschrijven?

‘Laatst had ik een open weekend en toen zeiden veel mensen dat ik echt een eigen stijl heb. Zelf vind ik dat heel moeilijk om te zien. Ik heb altijd het gevoel dat ik nog zoveel moet leren, in ontwikkeling ben en dat dat nooit ophoudt. Mijn eigen stijl is heel tekenachtig en niet helemaal uitgewerkt, niet perfectionistisch. Dat het oog van de kijker ook nog wat te doen heeft. Sommige stukken zijn niet helemaal uitgewerkt waardoor het nog leeft zeg maar. Ik vind het akelig als iets helemaal dood geschilderd is. Zelf ben ik niet snel tevreden. Ik heb altijd het gevoel dat het beter kan en moet. Maar daar zit ook de uitdaging is. Ik zou ook niet alleen maar les kunnen geven. Ik moet ook echt altijd tijd hebben om zelf te kunnen schilderen. Daar moet een balans in zitten.’

Zijn er personen die je graag nog een keer zou willen portretteren?

‘Niet per se. Er zijn een aantal mensen die ik al een paar keer heb geschilderd, maar die ik zo nog een keer wil schilderen. Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre bijvoorbeeld. Ik ben vooral bezig met mensen die mij wat geleerd hebben. Waarvan ik door het lezen of het zien iets geleerd heb. Misschien schilder ik ze wel uit een soort van dankbaarheid dat ze mij iets geleerd hebben. Dat hoeven niet altijd levende mensen te zijn. Ik heb Picasso bijvoorbeeld ook geschilderd. Dan ben ik zo gefascineerd door die mensen, dan moet ik ze gewoon schilderen. Ik had hen dan zo graag willen spreken, willen ontmoeten. Dat kan dan niet, maar ik kan ze wel schilderen.’ Mieke van Veen

Auteur

Redactie