De Ontmoeting: Geert Lammers

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Geert Lammers aan het woord. Geert is werkzaam als stoker bij het Woudagemaal.

Wie ben je?

‘Mijn naam is Geert Lammers. Ik ben 54 jaar en ik woon in Lemmer. Voordat ik bij het Woudagemaal terechtkwam, was ik werkzaam bij Mulder en Rijke in Lemmer. Ik was daar schilder in de reddingssloepenbouw. Mulder en Rijke ging toen failliet. Ik solliciteerde in eerste instantie op een baan bij gemeentewerken in Sneek en daarna heb ik ook gesolliciteerd bij het Woudagemaal op de functie van stoker/machinist. Dat was in 1988.’

Waarom solliciteerde je op die functie?

‘Onder andere omdat mijn opa vroeger ook als stoker werkzaam is geweest op het Woudagemaal. Maar ik zag het ook wel als uitdaging om iets anders te gaan doen dan alleen schilderen. Via via hoorde ik van de vacature en ik ben toen uit 136 mensen gekozen om op gesprek te komen.’

Waar bestonden je werkzaamheden toen uit?

‘Het viel destijds nog onder provincie Friesland. In het begin ben ik vooral ingezet op schilderwerken binnen de provincie qua bruggen en sluizen. Als monteurs wat hadden hersteld of gerepareerd, dan ging ik er later achteraan met een potje verf en een kwast. Zo heb ik door heel Friesland gebanjerd. Van Harlingen tot Appelscha en van Lauwersoog tot Lemmer. In 1994 kwam Waterschap Friesland en stootte de provincie de waterzuiveringen af. Een paar jaar later kwamen daar zeven kleine waterschappen bij en werd het Wetterskip Fryslân. Toen ging ik ook meer doen voor poldergemalen. Nu schilder ik heel weinig meer. Ik zit nu meer in de inspecties en olieverversingen.’

Wat doe je bij het Woudagemaal?

‘Daar ben ik echt stoker. Ik zit hier bij de ketels. Die ketels worden bij het opstarten gevuld met water en dan ben ik er samen met een paar anderen die ervoor zorgen dat de ketels zo snel mogelijk weer op druk komen. Zodra die op stoom en temperatuur zitten, kunnen de machines aan. Ik ben hoofdzakelijk stoker voor de ketels. En de ene keer is dat met twee ketels en soms komt daar een derde ketel bij. Ook help ik de filterman weleens om de doekenfilters te vervangen onder het draaien als het nodig is. Het is wel heel anders dan jaren terug toen ze nog met kolen werkten, net als mijn opa destijds. Hij was stoker met kolen en later nog met stookolie. Daar werken we nu nog mee, maar het is heel anders dan met kolen. Toen was het nog meer zweten dan nu. Buiten het draaiseizoen om, wat van 1 oktober tot en met eind april loopt, ben ik veel in het veld te vinden bij de poldergemalen.’

Wat vind je zo leuk aan het werk?

‘Op het gemaal werken vind ik hartstikke mooi. Dat is een stukje nostalgie qua familie. Maar ook de werkwijze met stoom. Dat gebeurt vandaag de dag niet veel meer. Er zijn wel stoomketels in de zuivel, maar zoals hier met echte machines, dat is heel anders dan een elektrisch gemaal waar ik ook wel kom. Buiten het draaiseizoen ben ik veel in het veld. Of het nou regent of niet, ik mag graag buiten wezen in het veld. Alle jaargetijden maak ik mee en het is iedere keer weer anders. Ik ben best een natuurmens. Daar kan ik van genieten. Ik kan genieten van een winterdag met bevroren gras maar ook van een regenachtige dag ergens in het veld dat ik denk: de koeien staan weer met de kont in de wind en het wordt vandaag weer een hele natte dag. Het is gewoon heel mooi.’ Mieke van Veen

Auteur

Redactie