De Ontmoeting: Herman Winters

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Herman Winters aan het woord. Herman Winters heeft veel betekend voor het verenigingsleven van Lemmer.

Wie bent u? ‘Mijn naam is Herman Winters, ik ben 89 jaar en ik woon in Lemmer. Ik heb veel werk gedaan. Op mijn dertiende kwam ik in de turf terecht, heb ik turf gegraven. Toen ik een jaar of zeventien was, dacht ik: ik moet wat anders. Toen ben ik de Noordoostpolder in gegaan, die was pas droog en er was een hoop werk te doen. Daarna werkte ik dan weer bij die boer, dan weer daar, heb ik bomen gekweekt, die later verplant en daaruit is het Kuinderbos ontstaan. Maar toen ik 29 was, kreeg ik een dubbele hernia en moest ik wat anders. Toen heb ik mij laten omscholen tot lasser. Ik werkte eerst op een scheepswerf, daarna in Duitsland en mijn laatste werkgever was Machinefabriek Arnhem.’

Wanneer stopte u als lasser? ‘Ik was 49 jaar en toen begon die hernia weer op te spelen. Toen zei mijn baas: ‘Ik ga in orde maken dat jij niet meer hoeft te werken.’ Ik dacht, dat is ook wat, ik kan niet zonder werk. Ik moet geld verdienen. Maar twee dagen later was het geregeld. Ik werd nog twee jaar doorbetaald en daarna afgekeurd. Ondertussen werd ik geopereerd aan die hernia. Ik wilde wel iets blijven doen en mijn jongste dochter zat op badminton, dus toen ben ik bij Badmintonvereniging Lemmer terechtgekomen.’

Wat deed u bij de badmintonvereniging? ‘De vereniging bestond al. Ik kwam in de zaal en daar was maar één baan om te slaan, terwijl er zeker zo’n 30 tot 40 leden waren. Dat kan niet, dacht ik. Ik stapte naar de gemeente en hoorde toen dat er een nieuwe sporthal kwam. Een poos later werd die hal gebouwd en zei ik tegen het bestuur: ‘Neem zoveel mogelijk zaalhuur.’ Zodoende konden de recreanten op maandagavond spelen, de wedstrijdspelers konden naar de vrijdag toe en de jeugd kon zaterdagochtend spelen. Drie dagen in de week hadden we de zaal. Ik nam de leiding over en gaf training aan de kinderen. Zelf was ik geen echte speler, maar ik kon de slagen en de manieren en dat kon ik de kinderen aanleren. Ook bouwde ik de gondel van de badmintonvereniging voor de gondelvaart in Lemmer. Verenigingen konden daar aan meedoen en dan bouwde iedere vereniging zijn eigen gondel. Wij deden een jaar of vijf mee en toen stopte het. Ik heb uiteindelijk tot mijn 75e in de sporthal gestaan. Nu ben ik al in geen jaren in de sporthal geweest. Het is allemaal erg veranderd.’

U heeft voor meer verenigingen iets betekend ‘Ja, klopt. Op een gegeven moment zei de kantinebaas: ‘We kunnen ook wel darten.’ Toen heb ik een dartbord gekocht en ontstond er een kleine dartvereniging. Maar ik had ook zin om te boogschieten. Ik vroeg aan de gemeente of daar ruimte voor was en daar was op de donderdagavond ruimte voor in de sporthal. Toen heb ik een vereniging opgericht en een bestuur samengesteld. We hebben veel plezier gehad van die dingen.’

En waar vult u nu uw tijd mee? ‘Ik heb nu nog maar een hobby en dat is met de auto de natuur in. Ik mag nog vijf jaar rijden, ik heb pas mijn rijbewijs weer opnieuw gekregen. Ik rijd routes in Drenthe, Groningen en Overijssel. Ook in Gelderland kom ik een hele boel, het is heel mooi daar. Ik rijd wat af. Ik heb mijn auto nog geen jaar en heb er al 20.000 kilometer op zitten. Ik geniet gewoon van de natuur.’

Mieke van Veen


Auteur

Redactie