Reportage | Nacht op pad met politie

Lemmer

Als verslaggeefster van de Zuid-Friesland mocht Brenda van Olphen met agenten Nynke Bonsma en Eelco Bultsma , politie in De Fryske Marren, mee tijdens een dienst. Want wat houdt het werk van een politieagent in? En wat gebeurt er ’s nachts in De Fryske Marren?

We hadden om zeven uur afgesproken, maar Nynke belt om te vragen of het ook later kan. Die middag zijn twee Poolse arbeiders aangehouden voor huisvredebreuk. Ze moeten nog gehoord worden. Om half 8 ben ik op het bureau in Lemmer. De telefoon van Eelco Bultsma gaat. ‘Whoop, whoop, thats the sound of the police’ galmt door de kantine. Hij en Nynke zijn net aan het eten.

Het verhoor van de Polen is achter de rug en de agenten kunnen een proces verbaal opmaken. In drie A4tjes worden hun overtreding en de gevolgen daarvan beschreven, in het Nederlands en in het Pools. Het zijn jonge jongens: 19 en 20 jaar. Via een tolk zijn ze gewezen op hun rechten. Ook het verhoor vond in hun moedertaal plaats. De jongens zijn binnengedrongen in een woning in Lemmer waar ze tot een paar weken geleden woonden. Deze woning is van de vorige werkgever, een plek waar ze nu niet meer in dienst zijn. Daarmee is ook hun recht op de woning vergeven. De jonge mannen beweerden deze middag dat ze hun laatste spullen op kwamen halen. ‘Shampoo hadden ze laten liggen’, zegt Nynke. ‘Maar we hebben niets aangetroffen bij de fouillering. Daarbij is het de tweede keer dat ze hier zijn zonder dat ze er iets te zoeken hebben’.

Om kwart over acht mogen ze naar buiten. Nynke doet de ophoudkamer (cel) open. Binnen zit een magere jongen, klein van stuk met rood omrande ogen van het huilen. Een vale zwarte joggingbroek zwabbert om zijn benen; het koord in de broek is verwijderd, net als zijn schoenen. ‘Dat is voor de veiligheid’, zegt Eelco. ‘Ze kunnen zichzelf of ons wat aandoen. We nemen ook hun sieraden af om dezelfde reden.’ Nynke gaat naast de jongen op het bankje in de cel zitten. Ze legt hem in het Nederlands en Engels uit wat er in de papieren staat en geeft hem de Poolse versie van de documenten. Hij lijkt het te begrijpen. In de kast naast de ophoudkamer ligt de rest van zijn eigendommen. Hij trekt een groene trui aan met daarom de naam van een Poolse voetbalclub. Eelco herkent het en probeert een praatje met hem aan te knopen. ‘Ben je fan van Lech Poznan? Die hadden vorige week een wedstrijd in Utrecht’. De Pool kijkt verbaasd en schudt van nee. Hij moedigt Wisła Kraków aan.

Terwijl hij zich aankleedt en zijn spullen terug krijgt, opent Nynke de tweede cel. Ook aan deze jongen legt ze de procedure uit. En ook hij mag zijn spullen uit de kast pakken. ‘Vergeet jij je shampoo niet?’ grapt ze. Als een boer met kiespijn lachen de Polen mee. ‘Nee, die heb ik niet’, zegt hij. De rode blossen op de wangen geven de leugen weg. Strompelend verlaat hij zijn cel. Hij blijkt de avond daarvoor vermoedelijk zijn teen te hebben gebroken op het strand in Lemmer en hij is nog niet naar de dokter geweest. Op één schoen en één sok loopt hij de deur uit, nadat hij Eelco belooft om snel een arts te bezoeken. De jongens verdwijnen samen uit het zicht. Binnen handelen Nynke en Eelco de administratie af.

We rijden naar Joure. De vlag moet naar binnen. Vanwege het overlijden van voormalig politiechef Bouma hing deze vandaag half stok. Vlak voor de regen valt, halen de agenten het doek met helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw naar beneden. Daarna drinken we koffie in de kantine. Eelco blijkt zich te hebben aangemeld voor de ME. In die hoedanigheid was hij afgelopen week bij de voetbalwedstrijd in Utrecht en wist hij eerder de Poolse voetbalclub te noemen. ‘Deze Poolse fans waren grote mannen met een dikke nek en spierballen waar je u tegen zegt. Maar het bleef gelukkig rustig’, zegt hij.

We gaan op pad. Nynke en Eelco hebben vanavond recreatie patrouille. Dat houdt in dat zij de extra mankrachten zijn omdat De Fryske Marren nu veel toeristen heeft. Maar het regent. En van dronken toeristen is nu op straat geen sprake. Een ouder stel zit rustig te kaarten in de camper bij de haven. Een man laat zijn hond uit. Bij de Tolhuisbrug zien we een auto met hoge snelheid voorbij rijden. Nynke geeft gas, haakt aan en ziet dat de man snel op plaats van bestemming is: Imperial Tobacco. Ze laat hem gaan.

Een rondje kroegen staat op het lijstje. Het terras bij De Stam is gevuld. Het autoraam gaat open. ‘Goedenavond’, zegt Nynke tegen de voorbijgangers. Waarom heeft ze het raam open? ‘Ik voel mij altijd opgesloten in de auto. Nu maak ik sneller contact met de mensen. En ik krijg een bruine arm’, grapt ze. We draaien de Midstraat in. Bij ‘t Hert zitten een paar vaste bezoekers buiten. We stappen uit. De heaters branden. Kroegbaas Jurjen drinkt koffie. Nynke heeft regelmatig met hem contact, net als met de andere café-eigenaren. Op het terras komen het drugsgebruik en de drugshandel ter sprake. Eén iemand merkt op dat bij de McDonald’s regelmatig rond middernacht gedeald wordt. Eelco wil later die avond even kijken.

De rit gaat verder. Twee jongens staan met elkaar te praten voor de ingang van De Stuit. Achter op het parkeerterrein spot Eelco drie fietsen in een hoekje. Snel pakken de agenten hun zaklamp en lopen ze naar het fietsenhok van ’t Haskerfjild. Als een haas in een koplamp kijken drie jongens verbaasd in het licht van de zaklamp. ‘Het regende mevrouw en we wilden schuilen’, verklaart één van de jongens. Nee, het bord Verboden Toegang hebben ze niet gezien. Maar ze zijn dan ook het hek naast de bosjes overgeklauterd waar geen bord hangt. Ze moeten hun spullen pakken en vertrekken. Nynke wenst ze een fijne vakantie. Als we achter ze aan rijden, heeft één jongen geen licht op zijn fiets. Ze rijdt de auto naast hem. Hij heeft het door en stopt. ‘Je hebt vakantie hè? Dan heb je mooi de tijd om dat licht te repareren’. Gelaten knikt de jongen. Hij snapt de hint en zet zijn reis (voorlopig) te voet verder.

We rijden richting Lemmer. Bij Eastergea draait een auto de weg op met de alarmlichten aan en rijdt daarna lichtjes slingerend over de weg. Nynke vertrouwt het niet. Ze zet het bord ‘Stop Politie’ aan maar er wordt niet gereageerd. Voordat ze de snelweg op rijden, wil Nynke de bestuurder gesproken hebben. Het zwaailicht gaat aan. Eindelijk wordt de hint begrepen. De auto zit vol met oudere vrouwen út Menaam. De bestuurster heeft volgens de alcoholtest niet gedronken. ‘Krijg ik nu ook een sleutelhanger?’ Maar die heeft Nynke niet bij zich. De dame krijgt een sticker tot grote hilariteit van de passagiers.

In Lemmer worden de zaken weer serieus. Iemand heeft gebeld over een insluiper bij de shoarmazaak in de Lemstervaart. Als wij arriveren, is er niemand aanwezig. Achter het hek ligt een kapotte asbak op de grond. Het hek zelf is afgesloten met een fietsslot. De kier bij het slot, is voor de insluiper groot genoeg geweest om er doorheen te komen. ‘We weten wie het is’, zegt Eelco. ‘Het is een drugsverslaafde die zeker al twintig jaar problemen heeft. Het ging de laatste tijd beter, maar het is nu dus helemaal mis.’ De verslaafde heeft mogelijk aan een scooter achter het hek zitten prutsen. Ook staat achter een deur open. De eigenaar van de zaak neemt de telefoon niet op. Nynke spreekt de voicemail in.

We rijden nog een rondje door het centrum van Lemmer, maar vinden de gezochte persoon niet. Nynke wil de nieuwe pannakooi zien en rijdt naar VV Lemmer. In het verleden was hier veel overlast op de parkeerplaats. De zwarte kooi doemt op in de koplampen. Net als een jonge jongen met twee rugzakken en een koeltas. Op een halve meter afstand parkeert Nynke de auto. ‘Wat doe jij hier? Wat heb je op het veld te zoeken?’ De jongen zegt dat hij de route aan het afsnijden was. De tassen en zijn jaszakken worden onderzocht. De koeltas is leeg; ‘Ik had een feestje’, in de rugtassen wordt niets geks gevonden. De jongen kan zijn reis vervolgen.

Het is inmiddels half twee ’s nachts en we rijden terug naar Joure. De politieauto maakt nog een laatste rondje over het parkeerterrein van het fastfoodrestaurant. Geen drugsdealers op dit moment. Alleen personeel van de hamburgerketen staat te wachten tot de deuren op slot zijn. Een illegaal geparkeerde camper op het terrein willen Nynke en Eelco niet bekeuren. ‘Als hij zijn ontbijtje morgen maar bij de gastheer haalt’, lachen ze.


Auteur

admin