De Ontmoeting: Albert Visser

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Albert Visser aan het woord. Hij is schipper op het Lemster skûtsje.

Wie ben je? 'Mijn naam is Albert Visser, ik ben 54 jaar, tijdens het Skûtsjesilen word ik 55, ik ben kapitein van beroep en ik woon in Lemmer. Dit wordt mijn vierde jaar als schipper op het Lemster skûtsje. Hiervoor ben ik onder andere negen jaar schipper op het skûtsje van Drachten geweest.'

Hoe ben je in aanraking gekomen met het skûtsjesilen? 'Vanaf mijn geboorte eigenlijk al. Mijn grootouders voeren al skûtsje voor hun brood. Mijn grootvader was al schipper op een skûtsje. Ik weet niet beter of ik ben altijd bij het skûtsjesilen geweest. Ik heb misschien een paar jaar gemist in heel mijn leven. Ik was een jaar of zestien toen ik voor het eerst meedeed aan de wedstrijden. Dat was op het Lemster skûtsje. Ik begon daar als ketelbinkie. Daarna heb ik bij mijn neef gevaren die schipper was op het skûtsje van Drachten. Maar toen hij naar Grou ging in 2005, werd ik gevraagd of ik schipper wilde worden. Zodoende kwam ik op Drachten terecht.'

Hoe ben je weer teruggekomen bij het Lemster skûtsje? 'Ik woon in Lemmer, dus schipper op het Lemster skûtsje zijn, trok altijd wel een beetje. In het najaar van 2013 gingen de vorige schipper, Johannes Meeter, en het Lemster Skûtsje uit elkaar. Toen werd ik benaderd. Dat was voor mij niet zo moeilijk. Ik wilde altijd graag op Lemmer zeilen en zij wilden graag een schipper hebben die in Lemmer woont. Ik ben geen echte geboren Lemster, ik woon hier bijna 20 jaar, maar ik voel me wel Lemster. En ik vind het hartstikke mooi om voor mijn eigen dorp te zeilen. De beleving is heel anders dan in Drachten.'

Wat vind je leuk aan zeilen? 'Om met een heel team een goede prestatie neerzetten en om met zulke oude schepen, waar mijn voorouders nog vracht mee hebben gevaren, te zeilen. Ik vind het skûtsje ook het mooiste schip om mee te varen. Voor mij persoonlijk is het skûtsjesilen de Formule 1 van het zeilen. Er komen veel factoren bij kijken. Je moet met veertien mensen omgaan en die neuzen moeten allemaal dezelfde kant op staan. Skûtsjesilen vind ik gewoon prachtig.'

Hoe bereiden jullie je voor op het skûtsjesilen? 'We beginnen zo’n beetje in april. Dan trainen we een keer in de week, op zondagmorgen. De laatste twee maanden voor het zeilen, trainen we twee keer in de week. Als het weer het toelaat. Er zitten aardig wat trainingsuren in, maar dat moet ook wel als je bij wilt blijven. Zeilen is toch een ervaringssport. Hoe meer je vaart, hoe meer ervaren je wordt. Met trainingen gaan we ook opfrissen hoe alles ook al weer werkte en zit. Ik zeil al zo’n 35 jaar, dus ik weet wel een beetje hoe het zit, maar er zijn ook jongens die voor het eerst aan boord zijn.'

Is er een bepaalde wedstrijd waar je naar uitkijkt? 'Qua meer vind ik het Sneekermeer het mooiste om te zeilen. Maar qua wedstrijd, ga ik dan voor Lemmer. Want om voor eigen publiek te varen heeft ook wel wat. Dat brengt ook wel een bepaalde spanning met zich mee. Dat voel ik onder mezelf, maar ook wel onder mijn bemanning. Voor eigen publiek varen is mooi. Helemaal als het een beetje redelijk gaat.'

Mieke van Veen


Auteur

Redactie