De Ontmoeting: Thijs de Boer

Lemmer

In de rubriek De Ontmoeting verhalen over waar mensen elkaar ontmoeten. Deze week is Thijs de Boer aan het woord. Thijs is een groot zwanen- en ganzenliefhebber.

Wie ben je? “Mijn naam is Thijs de Boer. Ik ben 70 jaar oud en woon in Lemmer. Naast dat ik recensies en stukjes over het theater hier in Lemmer schrijf, besteed ik mijn tijd graag aan het tellen en bestuderen van zwanen en ganzen.”

Hoe is je interesse naar zwanen en ganzen ontstaan? “Dat komt vanwege mijn beroep. Ik ben nu met pensioen, maar werkte bij het Nederlands Instituut voor Ecologie. Ik zat sinds 1992 in een onderzoeksgroep die zich bezighield met de relatie tussen watervogels en waterplanten. Met name tussen Kleine Zwanen en Schedefonteinkruid. Het onderzoek breidde later uit naar onderzoek aan de trekroute van zwanen en ganzen; alle plekken waar ze overwinteren en waar ze in de zomer zitten. Ik ben op de meeste plaatsen van de trekroute geweest. Ik ging daar dan heen om te tellen hoeveel zwanen en ganzen er waren, wat de conditie van de vogels was, of ze een partner en of jongen hadden.”

Wat doe je als liefhebber? “In Friesland komen aardig wat zwanen en ganzen om te overwinteren. Als ze hier dan komen, ga ik op stap om ze te spotten. Sommige vogels zijn ook geringd of van een halsband voorzien. Ook zijn er vogels die zenders hebben en gps-locaties doorgeven. Je kan via de computer zien waar die vogel op dat moment is. Dan ga ik daarheen om te kijken wat de conditie van die zwaan of gans is. De data die ik dan verzamel, stuur ik naar een speciale website voor vogelonderzoek. Voor Sovon tel ik ook een keer per maand hoeveel ganzen en zwanen er in een bepaald gebied zitten. Sovon heeft Nederland verdeeld in zo’n 1000 telgebieden, ik heb er zes. Die zes telgebieden beslaan het gebied tussen Lemmer, Schoterzijl, Delfstrahuizen en Rotstergaast.”

Ontmoet je vaak andere ganzen- en zwanenliefhebbers? “Ja, hier in de Zuidwesthoek zijn er een stuk of vijf/zes die ik regelmatig tegenkom. Soms spreken we ook met elkaar af. Er is ook een nieuwsbrief over ganzen en zwanen in Friesland, daar kan je alle informatie kwijt en daar staan ook de namen in van alle mensen die die die brief krijgen. Je kent elkaar zo eerst van naam, maar dan spreek je af en krijg je er ook een gezicht bij.”

Wat vind je zo mooi aan de vogels? “Het zijn net mensen. Je kunt ze redelijk goed observeren, weet wat ze doen en wat hun doel is om hier naartoe te komen. Mijn favoriet blijft de Kleine Zwaan. Die heb ik vanaf 1992 al heel intensief gevolgd. Over die vogel heb ik ook lezingen gehouden voor de vogelwacht en ik heb er een kinderboek over geschreven. De Kleine Zwaan is lief. Dat klinkt misschien gek, maar wanneer een Knobbelzwaan bijvoorbeeld gaat nestelen, is hij niet te genieten en blaast hij iedereen weg. Dat doet de Kleine Zwaan niet, die blijft aardig. Ook blijven Kleine Zwanen goed voor de jongen zorgen. Jongen van Kleine Zwanen blijven langer bij de ouders dan jongen van andere zwanen.”

Hoeveel tijd besteed je aan je hobby? “Haha, zo nu en dan loopt het wat uit de klauwen. Ik doe maandelijks die telling voor Sovon, maar daarnaast ga ik in de wintermaanden wel twee tot drie keer per week in de buurt kijken hoeveel zwanen en ganzen ergens zitten. Zo rond eind september, begin oktober, komen de zwanen en ganzen weer naar Nederland om te overwinteren. Half september begin ik dan al zenuwachtig te worden. Als ik ’s nachts ganzen over mijn huis hoor vliegen, ga ik ook het liefst naar buiten om te kijken.”

Mieke van Veen


Auteur

Redactie