Recensie | De integrale 'Chlorophyl' en 'Roodbaard'

Sneek

Gestaag gaan de uitgeverijen door met het bundelen van materiaal dat in veel gevallen decennia lang in de archieven een rustplaats heeft gevonden.

Het zijn strips, die in een nieuwe vertaling en met een aangepaste inkleuring aan een nieuw leven gaan beginnen. Veelal tegemoetkomend aan de wens van verzamelaars, anderszins ook een prettige kennismaking voor diegenen die de strips ooit gemist hebben omdat ze de stripbladen van eertijds niet lazen of simpelweg omdat ze de stripbladen als ‘Kuifje’, ‘Robbedoes’, Pep’ of ‘Wham’, in veel gevallen de voedingsboden, niet hebben meegemaakt. Twee series die gestaag opschieten zijn ‘Chlorophyl’ waarvan onlangs band 2 uitkwam en ‘Roodbaard’, die het al tot band 7 heeft gebracht. In navolging van de laatste werd in later jaren ‘De Havik’ opgezet, reden om ook deze strip eens onder ieders aandacht te brengen. Raymond Macherot: ‘Chlorophyl integraal deel 2’. Scratch ISBN 978- 94-92117- 47-2. Bevatte band 1 van Chlorophyl, de eikelmuis, de periode 1953-1956, band 2 vervolgt met de periode 1957-1959. Diverse toevalligheden maken het Chlorophyl, Minimum, Torpedo de otter en Zwartkop de raaf bepaald niet gemakkelijk. Zo start er op 22 mei 1957 een nieuw verhaal, ‘De Spoorpiraten’ in weekblad ‘Kuifje’. Chlorophyl en de ziekelijke Minimum reizen met een zilverreiger naar een warm land om daar op dokters advies de zachte winter door te brengen. Groot was de verbazing van de Kuifje-lezers toen ze de veranderde outfit van de dieren onder ogen kregen. Tijdens het jaarlijkse etentje van de weekblad Kuifje-medewerkers had Macherot namelijk naast Albert Weinberg gezeten, de auteur van de vliegeniersstrip ‘Dan Cooper’. Deze had gevraagd waarom Macherot de dieren niet eens kleding aangaf. Al snel was de laatste eruit om de dieren kleding te laten dragen om de dierensamenleving meer op de samenleving der mensen te laten lijken. De lezers vinden zowel de aangeklede personages een vondst, maar genieten eveneens van het verhaal waarin de dieren het opnemen tegen een bankdirecteur. In de jaren vijftig hield echter niet iedereen van vakbonden; dit zou ondermijning van het gezag zijn, zodat uitgeverij Lombard ervan afzag het verhaal als album uit te geven. Jaren na dato zou het alsnog gebeuren. In ‘Zizanion de Verschrikkelijke’ draait alles om de identiteit van de schurk, een boef die pas op de laatste pagina tegen de lamp loopt. In ‘De terugkeer van Chlorophyl’ staat het Stille Dal weer centraal. Een zachtaardig verhaal waarin Macherot diverse cameraposities inneemt om het verhaal levendiger te maken. Naast de strips van de titelfiguur zijn er ditmaal weer extra korte verhalen toegevoegd, prachtige reclamestroken voor ‘Victoria chocola’ en een kort verhaal dat zeker niet onderdoet voor het werk van die andere grote van Kuifje weekblad: Bob de Moor. Ook deze band is weer van grote schoonheid dankzij de spannende verhalen, de prachtige opmaak en het o, zo fraaie dossier! Pellerin & Charlier: ‘Roodbaard’integraal deel 7’. Sherpa ISBN 978-90-8988- 105-2. Met ‘Zwendel in ebbenhout’ en ‘Opstand in Jamaica’ uit respectievelijk 1983 en 1987 gaf scenarist Charlier de kaperstrip ‘Roodbaard’ een andere wending. In ruil voor de vrijlating van zijn matrozen, die gevangen gehouden worden door een Afrikaanse machtswellusteling, moet Roodbaard zijn ontvoerde onderdanen bevrijden en terugbrengen naar hun vaderland. Na het overlijden van tekenaar Victor Hubinon, had deze plaats gemaakt voor Jijé. Toen deze echter ook overleed vond Charlier in Patrice Pellerin een waardige opvolger. Omdat diens tekenstijl verschilde van die van zijn voorgangers, bedacht Charlier een volkomen nieuw verhaal dat met het vervolg in deze bundel geplaatst is. Om de verwarring nog groter te maken: op een dag trof Charlier tekenaar Christian Gaty. Doordat er nog een onvoltooid verhaal van Jijé lag, was hij dé aangewezen persoon om dat verhaal te voltooien. Zo waren er plotseling twee verschillende Roodbaarden: die van Pellerin en die van Gaty! Hetgeen Pellerin maakte aan Roodbaard-strips vindt u in deze zevende bundel, getekend in de stijl van zijn grote idool van eertijds: Jean Giraud (westernstrip ‘Blueberry’). Na de dood van scenarist Jean-Michel Charlier begon Pellerin aan een nieuw verhaal van Roodbaard waarvoor hij zelf tevens het scenario schreef. Uitgeversperikelen noopten hem echter met de serie te stoppen. Het onvoltooide verhaal, waarvan de schetsen in deze bundel staan, bewerkte Pellerin tot een andere kaperstrip: ‘Yann, de heer der stormen’. Al snel kreeg deze de serienaam ‘De Havik’. Geen wonder dat de lezers van het eerste deel van ‘De Havik’ het idee kregen andermaal in de wereld van Roodbaard te zijn beland… De gehele geschiedenis over voornoemde Roodbaard- illustratoren is na te lezen in de uitmuntende dossiers welke weer in deze bundel staan. Echter ook het essay ‘Slaven en slavenhalers’ van grootmeester-scenarist Jean-Michel Charlier geeft inzicht over de vaak walgelijke praktijken, die zich ten tijde van de slavernij afspeelden! Pellerin: ‘De Havik 7’. De missie’. Silvester ISBN 976-90- 5885-989- 1. Na enige delen van ‘De Havik’ bij uitgeverij Dupuis uitgebracht te hebben, verliep de samenwerking tussen Pellerin en zijn broodheer zo stroef dat hij een andere uitgever verkoos: Soleil. Voor het Nederlandse taalgebied nam Silvester de uitgaven voor zijn rekening waarvan er nu al weer meerdere delen in de schappen liggen waaronder enige mooie dossieredities. Met deel 7 ‘De missie’ werd het tijdperk van ‘De Havik’ bij de nieuwe Nederlandse uitgever ingeluid. Het verhaal begint in het jaar 1742 in Quebec, wanneer een gewonde man ternauwernood een Frans fort bereikt. De dienstdoende arts bemerkt een gruwelijke inscriptie op diens rug: een waarschuwing aan de Franse koning Lodewijk XV. Yann de Kermeur wordt hierop ontboden bij monsieur de Maurepas, de Franse minister van marine. Hij moet in Canada het spoor nagaan van ridder De Talmont, de schrijver van de afschuwelijke “brief”. Yann aanvaardt de opdracht maar het blijkt dadelijk dat hij in een heus wespennest is geraakt. De intriges zijn niet van de lucht! Het is opmerkelijk dat Pellerins tekenwerk na een aantal delen van ‘De Havik’ zo’n verandering heeft ondergaan: de vlotte enigszins dikke lijnvoering, die zo kenmerkend was voor de twee voornoemde delen van ‘Roodbaard’ heeft plaats gemaakt voor een luchtiger tekenstijl. Een transparantie, die ervoor zorgt dat elke illustratie nauwkeurig bekeken kan worden op allerlei finesses, die nu zichtbaar lijken te worden. Ook de inkleuring is warmer geworden: de luchten ogen nu bijvoorbeeld levensecht en niet meer als “schapenwolken”, die omgeven zijn door een lichte of donkere achtergrond zoals in zijn eerdere kaperstrips. Ook de speelse kadering van de pagina’s houdt het verhaal levendig. Anders gezegd: de opzet is zeer divers. Hopelijk komen er in de toekomst nog vele fraaie delen van ‘De Havik’ uit, temeer daar de integrale prachteditie van Sherpa’s ‘Roodbaard’ ook al vordert en kaperverhalen voor afwisseling zorgen binnen het genre van de negende kunst. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen