Recensie | 'Scratches' nieuw Nederlands stripblad voor internationale markt

Sneek

Wie nog steeds enigszins laatdunkend neerkijkt op het medium ‘strip’ kan ik het nieuwe Nederlandse stripmagazine ‘Scratch’ van harte aanbevelen.

Het is een Engelstalig tijdschrift dat zich erin beijvert met name de Nederlandse en Vlaamse tekenaars onder ieders aandacht te brengen. Dat het zich voor een groot deel richt op het buitenland blijkt al uit de schrijftaal: het Engels. Het eerste nummer wordt meteen grootscheeps gepresenteerd op de Frankfurter Buchmesse, door de Amsterdamse uitgever met de welhaast zelfde naam: ‘Scratch’. De hoofdredacteuren striptekenaar, vormgever en architect Joost Swarte, alsmede uitgever Hansje Joustra zijn de bezielende krachten achter dit tijdschrift, dat zich geruggensteund door diverse medewerkers op “Openbaar Kunstbezit-achtige” wijze manifesteert aan de lezers: divers, fraai gedrukt en vol info over de kunstenaars, die aan dit “blad”, eerder een boekwerk, hebben meegewerkt. Joost Swarte & Hansje Joustra: ‘Scratches 1’. Uitgeverij Scratch, Amsterdam. Door of anders geformuleerd: dankzij het kleine Nederlandstalige taalgebied, bereiken sommige Nederlandse dan wel Vlaamse auteurs niet het brede podium dat ze eigenlijk zouden moeten verdienen. Met het eerste nummer van ‘Scratches’, “krassen”, krijgt de lezer-kijker geen “kraswerk” onder ogen, maar een grote verscheidenheid aan strippagina’s van de top van de Nederlandstalige stripwereld. Echter ook grootheden uit de internationale stripwereld worden niet vergeten, hetgeen natuurlijk tevens inhoudt dat de overstap naar het buitenland iets vergemakkelijkt wordt. Naast drie achtergrondartikelen over de Nederlandse undergroundtekenaar Mark Smeets (1942-1999), waarover binnenkort in uw krant meer (!), de Belgische houtsnedekunstenaar Frans Masereel (1889-1972) en de herontdekte Spaanse grafisch ontwerper Manolo Prieto (1912-1991), die bij mij de vergelijking opriepen met het aloude ‘Openbaar Kunstbezit’, biedt het nieuwe blad een voedingsbodem aan dertig andere bekende en minder bekende stripauteurs. Grofweg kan gesteld worden dat één derde Nederlands talent bevat, één derde Vlaams, en het resterende derde part divers is. “Kenners”, om dit afschuwelijke woord in dit verband toch maar te gebruiken, weten dat tekenaar Art Spiegelman, ook in dit blad vertegenwoordigd, zich al in de jaren tachtig van de vorige eeuw beijverde om de artisticiteit van tal van Europese en Amerikaanse tekenaars aan de man te brengen in een ‘graphic magazine’. Opmerkelijk daaraan is dat Joost Swarte, één van de drijfveren achter ‘Scratches’, daar destijds ook al deel van uitmaakte. Onder de medewerkers in het nieuwe blad vinden we naast de boegbeelden uit de Nederlands-Vlaamse striphistorie zoals Kamagurka & Herr Seele, Ever Meulen, Joost Swarte, Wasco, Guido van Driel, en Judith Vanistendael ook de buitenlandse grootheden Art Spiegelman, Robert Crumb en Charles Guthrie. Ook de tot op heden hier iets onbekendere kunstenaars zoals Brecht Vandenbroucke, Bendik Kaltenborn en Tobias Schalken, om er slechts enige aan te halen, weten al aandacht te trekken! Eigenaardig is dat Erik Kriek, nota bene één van de boegbeelden van uitgeverij Scratch, ontbreekt ! ‘Scratches’ heeft zich in één keer op de kaart gezet voor de internationale stripwereld! Wie weet dusdanig dat het tijdschrift in de toekomst één keer per jaar zal blijven verschijnen. Het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren zien het tevens zitten. Zij verleenden steun aan deze uitgave, die in het Nederlandse gastlandpaviljoen op de Buchmesse als een visitekaartje getoond wordt aan de internationale (strip)wereld, maar ook aan diegenen die grafiek in het algemeen weten te waarderen! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen