D66: 'maak Noord-Nederland proeftuin voor verkeersveiligheid'

DEN HAAG

D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj wil dat het kabinet van Groningen, Friesland en Drenthe een proeftuin voor verkeersveiligheid maakt.

In 2015 is het aantal verkeersongelukken sterk toegenomen. Het verkeer in Nederland is dus onveiliger geworden. Belhaj: “Mobiliteit moet slim, snel en schoon zijn, maar in de basis vooral veilig. De impact van verkeersongelukken op het leven van mensen is enorm. Het aantal verkeersongelukken moet per direct omlaag.” Stichting Wetenschappelijk Onderzoek voor Verkeersveiligheid (SWOV) heeft 18 maatregelen voorgesteld om het aantal verkeersslachtoffers drastisch terug te dringen. Noord-Nederland heeft zich als proeftuin opgeworpen. D66 vindt dit een goed idee. Op deze manieren kunnen we kijken welke maatregelen wel en niet werken. D66-gedeputeerde van Groningen Fleur Gräper: “Voor een verkeersveilige omgeving moet je samenwerken. We werken daarom als overheden in Noord-Nederland samen met politie, Openbaar Ministerie en de gebruikers zelf. Deze combinatie van een goede samenwerking en investeren in wegen, educatie en handhaving is een mooie basis voor een proeftuin.” Prioriteit aan verkeersveiligheid D66 wil dat minister Schultz van verkeersveiligheid een prioriteit maakt. In 2015 is het aantal verkeersdoden met bijna 10% gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit is de grootste stijging in 40 jaar. Ook het aantal verkeersgewonden is afgelopen jaren sterk toegenomen. D66 wil dat de minister gevaarlijke wegen en kruispunten beter in kaart brengt, zodat het duidelijk is waar precies verkeersongelukken gebeuren en wat de oorzaak van het ongeluk is. Op dit moment wordt dit niet geregistreerd. “Bij minister Schultz moeten de alarmbellen afgaan lijkt mij. Schultz moet meer prioriteit geven aan verkeersveiligheid en minder aan onnodige dure plannen. Investeer in veilige wegen en neem gerichte maatregelen om het aantal verkeersongelukken drastisch te verlagen. Voorkomen is immers beter dan genezen”, zegt Belhaj.

Auteur

Brenda van Olphen