McDonald’s restaurant Lemmer ruimt op tijdens Landelijke Opschoondag

Lemmer

Op zaterdag 19 maart 2016 doet McDonald’s restaurant Lemmer mee aan de Landelijke Opschoondag, een jaarlijks initiatief van Stichting Nederland Schoon.

McDonald’s restaurant Lemmer steekt tijdens deze dag met medewerkers en zoveel mogelijk buurtbewoners de handen uit de mouwen om de buurt op te ruimen. Daarmee vraagt zij aandacht voor het verminderen van zwerfafval. Tijdens de Landelijke Opschoondag vragen bedrijven, organisaties en gemeenten door het hele land aandacht voor zwerfafval. Ook McDonald’s restaurants zetten zich die dag extra in om zwerfafval in hun directe omgeving aan te pakken. Manu Steijaert, algemeen directeur van McDonald’s Nederland: “Al onze medewerkers zetten zich dagelijks in om zwerfafval te beperken. Medewerkers ruimen meerdere malen per dag zwerfafval op, zowel op het terrein van het restaurant als in de directe omgeving. Wij zien het bestrijden van zwerfafval als een gedeelde verantwoordelijkheid van onze restaurants en onze gasten. Helaas kunnen we niet voorkomen dat verpakkingen van onze producten niet altijd in de afvalbak belanden. Om te kijken op welke manieren we met elkaar zwerfafval verder kunnen reduceren werken we daarom al jaren samen met de Stichting Nederland Schoon. Het blijft goed om hier aandacht voor te vragen. Ik ben dan ook trots dat zoveel restaurants en medewerkers dit jaar weer meedoen met de Landelijke Opschoondag.” Ronald Zuiderveld, Franchisenemer van McDonald’s restaurant Lemmer, voegt toe: “Tijdens de Landelijke Opschoondag laten we zien hoe belangrijk zoiets eenvoudigs als opruimen is. Zaterdag 19 maart gaan we ons inzetten tegen het dumpen van zwerfafval in samenwerking met de boswachter van het Kuinderbos in de Noord-Oostpolder. Om op deze plek zwerfafval te verminderen, gaan we op 19 maart de door ons beschikbaar gestelde afvalbak langs de weg plaatsen. Op die manier kunnen auto's vanuit hun auto het afval in de bak gooien. Daarnaast gaan we ook de buurt in om afval op te ruimen.”

Auteur

Brenda van Olphen